Een ‘vergeten Holocaust’

27 januari is de dag dat Auschwitz werd bevrijd. In november 2005 werd deze dag door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Holocaust Memorial Day. Sindsdien wordt deze dag in tal van landen herdacht. Dit jaar sprak Zoni Weisz, lid van het Nederlands Auschwitz Comité en de Cliëntenraad Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen, op de Holocaust Memorial Day het Duitse parlement in Berlijn toe. Hier volgt een samenvatting van zijn verhaal.

Zoni Weisz spreekt op Holocaust Memorial Day voor het Duitse Parlement, foto: DBT/photothek. Foto: Ellen Lock.

Geen media-aandacht

“De moord op 500.000 Sinti en Roma noem ik een ‘vergeten Holocaust’. ‘Vergeten’ omdat er in de media nog altijd zo weinig aandacht aan wordt besteed. Ik vraag me af waarom dat zo is. Zijn aantallen slachtoffers bepalend voor de aandacht die het krijgt, of is het leed van één enkel mens belangrijk? In de afgelopen jaren heb ik tientallen herdenkingstoespraken gehoord waarbij het lot van Sinti en Roma nooit ter sprake kwam.
Al direct na de machtsovername door Hitler in 1933 werd de democratische rechtsstaat in snel tempo afgebroken. Politieke tegenstanders werden opgesloten en ook Sinti en Roma werden toen al naar de eerste concentratiekampen weggevoerd. Na de invoering van de Neurenbergse rassenwetten in 1935, werden ze –  net als de Joden –  op raciale gronden vervolgd.
Voor de Olympische Spelen van 1936 moest Berlijn ‘zigeunervrij’ worden gemaakt. Sinti en Roma werden opgepakt en naar een interneringskamp in de Berlijnse voorstad Marzahn weggevoerd. In de daaropvolgende jaren werden er steeds meer Sinti en Roma families geïnterneerd, tot in de loop van het jaar 1943 bijna alle gevangenen op bevel van Himmler naar Auschwitz-Birkenau werden gedeporteerd.
Joden werden vaak direct na aankomst en selectie vergast, maar Sinti en Roma werden in Auschwitz-Birkenau in familieverband in het zogenoemde ‘Zigeunerlager’ geïnterneerd. Na de opstand van mei 1944 in dit kamp werden bijna alle mannen naar andere kampen gedeporteerd. Mijn vader, mijn oom en andere familieleden zijn toen naar Mittelbau-Dora weggevoerd, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden, in de ondergrondse wapenindustrie moesten werken. Ze zijn daar overleden. ‘Vernichtung durch Arbeit’.
De omstandigheden in het Zigeunerlager waren onvoorstelbaar. Honger, kou en besmettelijke ziektes eisten iedere dag hun tol. In de nacht van 2 op 3 augustus 1944 werden de resterende 2.900 vrouwen, kinderen en ouderen uit het Zigeunerlager vergast, waaronder ook mijn moeder en haar kinderen.

Mijn verhaal

Er is mij gevraagd u mijn eigen verhaal te vertellen. Dit is niet gemakkelijk, omdat het me terugvoert naar de meest traumatische periode uit mijn leven. Als enige van ons gezin heb ik de oorlog overleefd. Mijn vader was muzikant en repareerde en handelde in muziekinstrumenten. We woonden in een woonwagen en het familieorkest trad overal op. In 1943 vond mijn vader het veiliger om in een huis te gaan wonen. Hij huurde een winkelpand in Zutphen, waar hij muziekinstrumenten repareerde en verkocht.

De zwartste dag in onze geschiedenis is de 16e mei 1944. In één grote razzia werden alle ‘zigeuners’ naar Westerbork afgevoerd, met als eindbestemming Auschwitz. Nederlandse politieagenten hielpen de nazi’s hierbij. Op de ochtend van de razzia was ik niet thuis. Ik logeerde bij mijn tante, die zich met haar gezin in een klein dorpje had verscholen. Het gevoel dat door je heen gaat wanneer je hoort dat je vader, moeder, je zusjes en broertje zijn opgepakt is onbeschrijfelijk. Angst, wanhoop en paniek maken zich van je meester. We moesten zo snel mogelijk onderduiken. We verzamelden wat kleding en het beetje voedsel dat we nog hadden en doken onder in de bossen en verschuilden ons bij boeren. Een groepje van negen mensen. Na drie bange dagen en nachten werden we ontdekt, gearresteerd en alsnog naar Westerbork gestuurd.

Settela Steinbach, Foto: NIOD.

In Westerbork was de trein van het zogenoemde 'Zigeunertransport' op 19 mei 1944 toen net vertrokken. Dit is het enige transport uit Westerbork waar filmbeelden van zijn. Het beeld van het meisje tussen de wagondeuren is vele jaren het beeld van de Jodenvervolging geweest, tot een Nederlandse journalist, Aad Wagenaar, ontdekte dat het meisje niet Joods was maar een Sinti meisje, Settela Steinbach. 

Omdat het niet mogelijk was ons nog op dit transport te krijgen, bracht men ons snel naar station Assen, om daar de trein op te wachten. Soldaten en politie liepen rond, stampten en schreeuwden: “Schnell, schnell, einsteigen!” toen de trein was gearriveerd. Meteen zag ik waar mijn familie was, omdat mijn vader het blauwe fluwelen jasje van mijn zusje voor de tralies van de veewagen had gehangen. 

Ontsnapt

Met behulp van een ‘goede’ politieagent, wisten we te ontsnappen. Hij zei dat we hard moesten wegrennen als hij zijn pet afdeed. Dankzij zijn bescherming sprongen mijn tante en ik in een personentrein. Op dat moment zag ik de trein naar Auschwitz vertrekken. Mijn vader schreeuwde wanhopig vanuit de beestenwagon naar mijn tante: “Moezla, zorg goed voor mijn jongen!”. Dit laatste beeld van mijn geliefden zal voor altijd op mijn netvlies gebrand staan. Van ons gezin bleef ik alleen achter. Als kind van zeven jaar oud ben je dan alles kwijt. Na deze ontsnapping volgde een tijd van ontberingen en angst in de onderduik. Iedere dag was ik bang om opgepakt te worden. Verstopt in bossen, bij boeren, in oude fabrieken en uiteindelijk bij mijn grootouders, tot het moment van de bevrijding door de geallieerden in het voorjaar van 1945. Na de bevrijding kwam de onzekerheid. Misschien was dat nog erger dan de angst in de oorlog. Leefde mijn familie nog? Zouden ze terugkomen? Het checken van die eindeloos lange Rode Kruislijsten met de namen van vermoorde mensen. Ze zijn allemaal in naziconcentratiekampen vermoord. Mijn vader, moeder, mijn zusjes en broertje en 21 andere familieleden. 

Erkenning

Na de oorlog waren er geen overheden of instanties die zich het lot van de Sinti en Roma aantrokken of hulp boden. Al heel jong begreep ik dat onderwijs en ontwikkeling de enige weg naar een betere toekomst is. Na de lagere school, studeerde ik op avondscholen tuinbouw, bloemsierkunst, tuin- en landschapsarchitectuur en kunstgeschiedenis. In 1962 startte ik mijn eigen bloemenzaak in Amsterdam, met steun van mijn vrouw, die me ook nog twee prachtige kinderen schonk. Voor vier generaties van ons koningshuis heb ik mogen werken. Als erkenning en waardering voor mijn werk voor de Nederlandse bloemenindustrie en mijn inzet voor de Sinti en Roma in Nederland en daarbuiten, heeft Koningin Beatrix mij in 2002 vereerd met een hoge koninklijke onderscheiding: Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Zoni Weisz.

Hedendaagse uitsluiting

Vandaag herdenken we de verschrikkingen van het nazitijdperk, maar ook de positie van Sinti en Roma - mijn volk - in het Europa van nu wil ik hier onder de aandacht brengen. Het is mensonterend hoe Sinti en Roma in landen als Roemenië, Hongarije en Bulgarije, gediscrimineerd, gestigmatiseerd, bedreigd en uitgesloten worden. Het overgrote deel is kansloos, heeft geen werk, nauwelijks scholing en is verstoken van medische hulp. Hun levensverwachting is aanmerkelijk lager dan die van de ‘gewone’ burger daar. In cafés en restaurants staan weer borden met ‘verboden voor zigeuners’. Geen wonder dat Roma naar West-Europa komen op zoek naar een beter leven. Maar ook in Italië en Frankrijk worden zij gediscrimineerd en uitgesloten.

Wij zijn Europeanen en behoren dezelfde rechten te hebben en gelijke kansen te krijgen als iedere andere inwoner. Het kan en mag niet zo zijn dat een volk nu nog steeds wordt uitgesloten. Ik hoop dat onze geliefden niet voor niets zijn gestorven en we blijven hen herdenken. We zullen de boodschap van verdraagzaamheid blijven uitdragen en bouwen aan een betere wereld zodat onze kinderen in vrede en veiligheid kunnen leven.”

Samenvatting toespraak van Zoni Weisz: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Maart 2011