Samen verder

Een fusie voor het behoud van de hulpverlening aan oorlogsgetroffenen

De doelgroepen van de Stichting 1940-1945 en de Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen worden als gevolg van natuurlijk verloop ieder jaar kleiner. In verband hiermee hebben de besturen van de stichtingen besloten samen te gaan werken. Evert van der Wall, directeur van de Stichting 1940-1945, en Pieter Bosman, directeur van de Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen, over de ‘nieuwe’ Stichting 1940-1945.

Pieter Bosman en Evert van der Wall
Pieter Bosman en Evert van der Wall

Evert van der Wall: “We hebben besloten om per 1 januari 2002 samen te gaan met de Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen (SBO) en het maatschappelijk werk van de Stichting 1940-1945 anders te organiseren. We zitten in hetzelfde schuitje als de SBO. Onze doelgroepen worden kleiner en we willen graag als kleiner wordende organisaties een goede hulpverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen blijven bieden. We hebben al een aantal jaren op verschillende terreinen samengewerkt en de fusie is een logisch gevolg daarvan. De Stichting 1940-1945 had maatschappelijk werkers in dienst die gespecialiseerd zijn in de hulpverlening aan verzetsdeelnemers, oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden. Per 1 januari 2002 is de functie maatschappelijk werk van de Stichting 1940-1945 overgaan naar het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Uitgangspunten voor de Stichting zijn hierbij geweest: behoud van de dienstverlening aan de doelgroepen en behoud van de kennis en ervaring die bij de maatschappelijk werkers aanwezig zijn. Bij zes AMW-instellingen in Arnhem, Assen, Breda, Leiden, Purmerend en Weert zijn speciale afdelingen voor oorlogsgetroffenen opgericht.”

Pieter Bosman: “De Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen staat voor hetzelfde probleem wat betreft het natuurlijk verloop van de doelgroep en wil ook garanties voor de voortzetting van de hulp- en dienstverlening aan oorlogsgetroffenen. De functie van het maatschappelijk werk was bij de SBO altijd al ondergebracht bij het Algemeen Maatschappelijk Werk. De samenwerking met de Stichting 1940-1945 verloopt heel voorspoedig.”

Evert van der Wall: “We wilden de naam Stichting 1940-1945 handhaven voor de nieuwe Stichting omdat iedere oorlogsgetroffene onder deze noemer kan vallen. Het bestuur van de Stichting wilde graag die naam in ere houden, omdat het de oudste stichting is voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen. De Stichting is al tijdens de oorlog in 1944 opgericht. Het is een soort A-merk en zo’n goede naam moet je niet zomaar weggooien.”

Pieter Bosman: “Het bestuur van de SBO was het van harte eens met de nieuwe naam. Een verzetsman heeft natuurlijk een andere achtergrond dan een burgeroorlogsgetroffene, maar om hen allebei de komende jaren nog dezelfde hulpen dienstverlening te kunnen bieden is er nu de gefuseerde Stichting.”

Evert van der Wall: “Al onze cliënten hebben een brief ontvangen met daarin alle informatie over de fusie en onze toekomstige samenwerking. We krijgen een ander logo voor de ‘nieuwe’ Stichting 1940-1945. Het SBO-bulletin en het Contactblad van de Stichting zullen in elkaar worden geschoven tot één blad met een nieuwe vormgeving. Pieter Bosman en ik zijn samen naar diverse voorlichtingsbijeenkomsten voor onze cliënten in het land gegaan om de mensen persoonlijk te informeren. Veel mensen waren bang dat ze door deze organisatorische veranderingen in de kou zouden komen te staan. Wij moesten hen ervan overtuigen dat de specifieke hulpverlening aan oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden beschikbaar blijft. De Stichting streeft ernaar zoveel mogelijk de eigen maatschappelijk werker te behouden voor de cliënt. Soms kan de organisatorische verandering echter tot gevolg hebben dat de oorlogsgetroffene een andere maatschappelijk werker krijgt.”

Pieter Bosman: “Het gaat onze cliënten wel aan het hart dat we samengegaan zijn. Ze denken dat ze hun luisterend oor kwijt zijn, omdat we in de brief een nieuw telefoonnummer voor informatie hebben gegeven. Het zijn echter dezelfde medewerkers als in Apeldoorn. Een gedeelte van het bestuur van de SBO komt terug in het bestuur van de nieuwe Stichting 1940-1945. Het project voor de schadeloosstelling van de ex-dwangarbeiders loopt nog een jaar apart door.”

Evert van der Wall: “De cliënt van de Stichting 1940-1945 merkt verder weinig van de organisatorische veranderingen. Er heeft een zorgvuldige overdracht van het maatschappelijk werk plaatsgevonden. De AMW-instellingen vinden het een eer om voor deze groep oorlogsgetroffenen te mogen werken. De maatschappelijk werkers zullen nu hetzelfde werk blijven doen maar dan onder een andere werkgever: het AMW.”

Pieter Bosman: “De SBO en de Stichting 1940-1945 hebben het afgelopen jaar goed samengewerkt met de Pensioen- en Uitkeringsraad in het project schadeloosstelling ex-dwangarbeiders. Het is echter bijzonder jammer dat het kabinet geen regeling voor deze groep heeft getroffen met een eenmalige uitkering. We weten niet hoe het verder gaat nu Minister Borst weggaat. Zij is een minister met een duidelijke verbondenheid met onze cliënten voor de oorlogsgetroffenen. We zijn namens onze cliënten wel blij met de vereenvoudigingen van de Pensioen- en Uitkeringsraad wat betreft de tegemoetkoming deelname aan het maatschappelijk verkeer (DMV), omdat deze vereenvoudiging de cliënt de vroegere herhalingsonderzoeken bespaart. De Raad zal in de toekomst de meeste kennis in huis hebben op het gebied van de oorlogsgetroffenen en zich meer op ‘ons terrein’ gaan begeven, dat wil zeggen steeds dichter bij de cliënten komen te staan. En dat is een heel positieve ontwikkeling, want we moeten samen verder.”

Evert van der Wall: “We verbreden onze basis om de speciale maatschappelijke zorg tot de laatste verzetsdeelnemer en oorlogsgetroffene te garanderen. Soms moet je veranderen om hetzelfde te kunnen bieden. We zijn gefuseerd om de kwaliteit van de zorg te behouden!”

Wilt u meer informatie:
Stichting 1940-1945, 0800 999 40 45 
De Stichting 1940-1945 kan u in contact brengen met het maatschappelijk werk in uw regio.