Bij ons thuis brandden er altijd kaarsjes voor onze vermoorde familieleden
Lalla Weiss over de erkenning van het oorlogsleed van de Sinti en Roma.
Op 4 mei 2026 hield Lalla Weiss (64) namens de Sinti en Roma de toespraak op de Dam bij de Nationale Herdenking in Amsterdam. Lalla Weiss: ‘Dat was voor mij een hele eer. Ik had al een aantal keer gevraagd bij het Comité 4 en 5 mei of er iemand namens onze groep oorlogsgetroffenen op de Dam mocht spreken. Uiteindelijk is er na 81 jaar ook erkenning gekomen voor het oorlogsleed van de Sinti en Roma. En dat is belangrijk, want maar weinig Nederlanders weten dat er in Europa circa 500.000 Sinti en Roma zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog.’
Spreken over de dood is bij ons taboe
‘We noemen onszelf liever Sinti of Roma dan zigeuners’, vertelt Lalla Weiss. ‘Mijn vader Hannes Weiss was een Sinti-leider. Sinds 1989 ben ik door mijn vader benoemd tot woordvoerder namens de Sinti en Roma als het over het oorlogsverleden en herdenken gaat. Ik spreek dan namens de Sinti en waar nodig ook voor Roma bij herdenkingen en bijeenkomsten voor de pers.’
Lalla vertelt over haar Sinti-afkomst. ‘Oorspronkelijk komen de Sinti- en Roma-volken uit India. Ze reisden tot in de jaren zestig van de vorige eeuw met paarden en houten woonwagens door Europa. En waar ons Sinti-orkest met dansers optrad, volgde de groep.’ Ze legt uit dat er lange tijd een taboe lag op de onderwerpen ‘dood’ en ‘oorlog’ bij de Sinti en Roma.
‘Als kind kreeg ik op de lagere school in Best wel les over de Jodenvervolging, maar ik hoorde er vrijwel niets over de vervolging van ons volk. Dat lag ook deels aan onszelf. Spreken over zieken en doden is bij de Sinti nog altijd taboe, vandaar dat het lange tijd onmogelijk was om erover te praten. Bij ons is het niet gebruikelijk om foto’s van overleden familieleden aan anderen te tonen. Zo werden we een vergeten groep, omdat we er zelf ook niet mee naar buiten traden. Zodoende was er nauwelijks aandacht in de media en bij de overheid voor de vervolging van Sinti en Roma.
Daarnaast is het taalverschil voor onze groep vaak een hindernis geweest met betrekking tot de overheid. We spreken onderling onze eigen taal, het Romanes. Het Nederlands is dus onze tweede taal. Ik kon op school goed zelfstandig leren. Al gauw hielp ik andere Sinti-kinderen met Nederlands leren en schrijven. Zo hielp ik ook onze volwassenen bij het lezen en begrijpen van formulieren. Tot in de jaren tachtig was er onder de ouderen van ons volk nog veel analfabetisme, omdat ze geen of te weinig gebruik hadden gemaakt van het Nederlandse onderwijs. Ik heb me hard gemaakt voor beter onderwijs en daar is gelukkig nu wel verandering in gekomen. Inmiddels gaan alle kinderen van ons woonwagenpark naar school en volgen zij goede opleidingen.’
Aan de rand van het bos
‘Mijn vader, Hannes Weiss, ontmoette in de jaren vijftig mijn moeder. Ze kregen zeven kinderen. Ik werd als hun jongste kind geboren op 7 december 1961. Mijn ouders gaven mij de naam Zielwa, wat ‘bosmeisje’ betekent. Bomen staan in onze cultuur symbool voor kracht. Mijn oudste broer kon mijn naam niet goed uitspreken. Hij noemde mij Lalla en sindsdien is dat mijn naam. Mijn ouders hebben ons katholiek opgevoed en we hebben vele bedevaarten en reizen door Europa gemaakt. Voor het promoten van de bedevaart naar Roermond onder Sinti en Roma kreeg mijn vader in Rome een pauselijke onderscheiding.
Mijn vader was edelsmid. Hij had een grote klantenkring onder de juweliers in de Europese steden en dorpen die we bezochten. Vaak mochten we tijdelijk met een paar wagens bij boeren op het land staan of aan de rand van een dorp of stad.’
Hij heeft nooit één woord gezegd
‘Mijn vader wilde later in zijn leven juist wél zijn oorlogsverhaal delen, dus over hem kan ik vrijuit spreken. Hij was geboren in 1928. Tijdens de grote razzia in mei 1944 op de Sinti en Roma wist mijn vader zich als 16-jarige jongen samen met zijn moeder Moezla, zijn broers en zusjes en zijn neef (mijn oom) Zoni Weisz te verstoppen in de bossen, bij boeren en in oude fabrieken. Na drie bange dagen werden ze ontdekt door de politie en alsnog naar Westerbork gestuurd.
Met behulp van een ‘goede’ politieagent wisten ze te ontsnappen aan het Zigeunertransport op 19 mei 1944 vanuit kamp Westerbork naar Auschwitz. Op station Assen zouden zij door deze politieagent aan het treintransport worden toegevoegd. Hij zei dat als hij zijn pet afdeed, ze snel de andere kant van het perron op moesten rennen en in een personentrein moesten springen.
Zoni zag zijn ouders vanaf het perron vertrekken in de veewagon naar Auschwitz. Ze hadden door de tralies in de achterste wagon het blauwfluwelen jasje van zijn zusje gehangen, zodat hij kon zien waar zij zaten. Zoni’s vader schreeuwde wanhopig uit de beestenwagon naar zijn zus Moezla op het perron: “Moezla, zorg goed voor mijn jongen!”
Nadat zijn ouders, ooms en tantes en hun kinderen waren weggevoerd, verstopte mijn vader zich in de bossen, bij boeren en in oude fabrieken. Hij zorgde voor de kinderen en ouderen van zijn achtergebleven familie. Hij trok eropuit om eten en veilige onderduikplekken bij boeren voor zijn familie te regelen. Hij werd door de Duitsers gegrepen. Ze hebben hem vreselijk mishandeld, maar hij heeft nooit één woord gezegd.’
Ik beloofde hem de verhalen door te geven
‘Mijn vader was getraumatiseerd door de oorlog en hij dacht dat zoiets ons weer kon overkomen. Daarom leerde hij zijn zeven kinderen van jongs af aan zich te verdedigen, voor als de vijand ons kwam halen. Als zevenjarig kind moest ik elke dag met mijn oudere broers en zussen aantreden en gaf hij ons instructies om te overleven. Hij leerde ons schieten met een echt pistool. Als jongste kind werd ik zijn steun en toeverlaat. Hij vertelde mij alles wat er in de oorlog met de Sinti en Roma was gebeurd. Ik beloofde hem de verhalen door te geven.
Mijn moeder leerde me goed voor mezelf en voor de groep op te komen. Van mijn beide ouders kreeg ik mee dat het belangrijk is om ons oorlogsverhaal juist wel door te geven. En wél te vertellen hoe de Sinti en Roma werden gedeporteerd naar kamp Westerbork en uiteindelijk werden vermoord in Auschwitz. Daarom vind ik het belangrijk om de oorlogsgeschiedenis van ons volk meer bekendheid te geven.’
De razzia op de Sinti en Roma in Nederland
‘Op 14 mei 1944 stuurde de Duitse bezetter een telegram aan de Nederlandse politiekorpsen met de opdracht om alle Sinti- en Roma-families naar kamp Westerbork te brengen. Op 16 mei werd er in Nederland een razzia gehouden waarbij 578 personen door de Nederlandse politie werden opgepakt en naar kamp Westerbork werden gebracht. Er was een kleine groep Nederlandse woonwagenbewoners die werd vrijgelaten omdat ze niet tot ons volk behoorden en er waren Roma, die werden vrijgelaten omdat ze identiteitspapieren hadden uit Guatemala.
Op 19 mei werden in een lange trein met Joodse gevangenen, ook 245 Sinti en Roma gedeporteerd naar Auschwitz. Velen van hen waren nog geen 16 jaar oud. Slechts 31 personen overleefden de oorlog. Mijn moeder verloor in de concentratiekampen 24 familieleden en mijn vader 22. Bij ons thuis in de woonwagen in Best brandden er altijd kaarsjes bij hun foto’s.
Dit zogenoemde ‘Zigeunertransport’ op 19 mei 1944 is het enige transport uit Westerbork waar filmbeelden van bestaan. Het filmfragment van het meisje tussen de wagondeuren is vele jaren het beeld van de Jodenvervolging geweest. Tot een Nederlandse journalist, Aad Wagenaar, ontdekte dat zij niet Joods was, maar een Sinti-meisje met de naam Settela Steinbach. Dankzij zijn onderzoek kwam er gelukkig in de media meer oog voor onze mensen.’
Een afkeer van wapens en uniformen
‘Mijn vader en ik kregen het voor elkaar om namens onze doden een krans te leggen bij het Monument op de Dam in 1994. We hebben dit een paar jaar gedaan. Daarna kon mijn vader het niet meer opbrengen om tijdens de Nationale Herdenking van de Nieuwe Kerk naar het oorlogsmonument op de Dam te lopen langs al die bewapende militairen in legeruniformen. Vanwege zijn oorlogstrauma had hij op latere leeftijd een enorme afkeer van uniformen en wapens. Hij vond het ongepast dat er zoveel militair vertoon was bij de herdenking van zijn vermoorde familie.’
De vervolging van Sinti en Roma
‘De genocide op Sinti en Roma door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog noemen wij in onze Romanes-taal de ‘Porajmos’, dat betekent ‘verslinding’. De vervolging van Sinti en Roma begon in Duitsland al direct na de machtsovername van Hitler in 1933. Politieke tegenstanders en ook de ‘asocialen’, waaronder Hitler de Sinti en Roma rekende, werden opgepakt en weggevoerd naar concentratiekampen.
Na de invoering van de Neurenbergse rassenwetten in 1935, werden Sinti en Roma – evenals Joden – op raciale gronden vervolgd. Sinti en Roma moesten verplicht een zwarte (en later een bruine) driehoek op hun kleding dragen. Deze driehoek werd toegekend aan ‘asociale elementen’, omdat zij zich volgens de nazi’s te veel afzonderden van de maatschappij.
Tijdens de Duitse bezetting vond er in Nederland vervolging van de Sinti en Roma plaats. Zij mochten vanaf juni 1943 niet meer rondreizen. In mei 1944 werden bijna alle Sinti- en Roma-gevangenen uit de bezette gebieden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Joden werden daar vaak direct na aankomst vergast. Sinti en Roma werden eerst in familieverband geïnterneerd in het zogenoemde ‘Zigeunerlager’. Er werden wrede medische experimenten op hen uitgevoerd door kampartsen. Degenen die dit overleefden werden alsnog vergast.
In Auschwitz-Birkenau kwamen in 1944 honderden gevangenen die bij gaskamers en crematoria werkten in opstand. Deze opstand werd bloedig neergeslagen. Daarna werden bijna alle mannen naar andere kampen gedeporteerd. Zo is de vader van mijn oom Zoni Weisz met andere Sinti- en Roma-mannen naar het kamp Mittelbau-Dora weggevoerd. Ze moesten in de ondergrondse wapenindustrie werken en zijn daar overleden onder erbarmelijke omstandigheden. In de nacht van 2 op 3 augustus 1944 werden de resterende 2.900 Sinti- en Roma-vrouwen, -kinderen en -ouderen uit het zogenoemde ‘Zigeunerlager’ vergast.’
Een vergeten groep
‘Na de oorlog keerden slechts weinigen terug uit de concentratiekampen. In Nederland waren al hun woonwagens verdwenen. Zij trokken zich met name in Brabant terug op kampjes in het bos, omdat de gastvrijheid daar groter was dan in de rest van Nederland en omdat er minder controle was. Ze konden de oorlogsschadeclaims niet onderbouwen met documenten, want niemand had een bankrekening.
Mijn vader vond dat we ons beter moesten organiseren om ook in aanmerking te komen voor de tegoeden en de materiële zorg voor oorlogsgetroffenen. Juist omdat we onderling het Romanes spraken en veel ouderen weinig scholing hadden gevolgd, was het moeilijk voor hen om aanvraagformulieren in te vullen. Op mijn vijftiende begon ik onze ouderen te helpen bij het invullen van hun formulieren in het Duits voor de Wiedergutmachung.
Bij vrijwel alle naoorlogse herdenkingen werden wij, Sinti en Roma, niet eens genoemd. Op 4 mei 2026 hield burgemeester Femke Halsema een toespraak bij het Amsterdamse monument voor de Sinti en Roma dat werd opgericht in 1978. Ze benadrukte dat na de oorlog hun bezittingen waren verdwenen en dat zij te maken kregen met bureaucratische tegenwerking: “Wie aanspraak wilde maken op een uitkering voor oorlogsslachtoffers, moest bewijzen dat de arrestatie had plaatsgevonden vanwege het zogenaamde ‘zigeunerzijn’, niet vanwege ‘asociaal gedrag’.” We werden zelfs niet genoemd in de Nationale Herdenkingstoespraak op de Dam op 4 mei 2025. Na die toespraak van Minister-President Dick Schoof schreef ik hem een brief hierover samen met een bevriende juriste, Marcia Rooker. Daarna werden we uitgenodigd om er met hem over te praten. Tijdens de Nationale Herdenking 4 mei 2026 mocht ik namens de Sinti en Roma de toespraak op de Dam uitspreken en is er eindelijk aandacht voor ons.’
Een schadevergoeding vanwege het leed
‘In 1989 heeft mijn vader samen met oom Zoni en meerdere actief betrokkenen de Landelijke Sinti Organisatie (LSO) opgericht. Zij wilden onze belangen behartigen en meer bekendheid geven aan de gevolgen van het leed in de Tweede Wereldoorlog van de Sinti en Roma. In 2005 werd de naam gewijzigd in de Stichting Landelijke Sinti en Roma Organisatie.
In het jaar 2000 kwam er een schenking van 30 miljoen gulden (circa 13 miljoen euro) van de Nederlandse overheid beschikbaar als schadevergoeding vanwege het leed en de uitsluiting na de Tweede Wereldoorlog van Sinti en Roma. Toen werd de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma opgericht in ’s - Hertogenbosch, die erop toezag dat het geld goed werd besteed.’
De erkenning van het oorlogsleed
‘Pas in 1997 ontdekte mijn vader dat verschillende Sinti- en Roma-oorlogsgetroffenen in aanmerking konden komen voor een uitkering voor vervolgingsslachtoffers van de Nederlandse overheid. Mijn vader, oom Zoni en ik ondersteunden de oudere oorlogsgetroffenen die geen Nederlands konden lezen en schrijven bij het doen van een aanvraag. Op ons verzoek kwamen er ieder half jaar twee medewerkers van de Pensioen- en Uitkeringsraad bij de Landelijke Sinti Organisatie in Best langs om hulp en uitleg te geven bij het indienen van de aanvragen voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Mijn vader werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad in Leiden gevraagd of hij de Sinti en Roma wilde vertegenwoordigen in de Cliëntenraad voor oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers. Na vaders dood in 2011 volgde oom Zoni Weisz hem op. Sinds 2015 heb ik deze taak van hem overgenomen om de oorlogsgetroffenen te helpen waar mogelijk.’
Herdenkingen van ons oorlogsverleden
‘Jaarlijks herdenken wij de grote razzia in Nederland op de Sinti en Roma van 19 mei 1944 bij het Monument voor Sinti en Roma in Herinneringskamp Westerbork. Oom Zoni heeft zich ingespannen voor een groot Sinti- en Roma-monument in Berlijn. Ook sprak hij namens de Europese Sinti en Roma het Duitse parlement in Berlijn toe op de Internationale Holocaust Herdenking 2011.
Vanaf 2006 heeft mijn oom Zoni Weisz zich samen met de voormalig voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, Jacques Grishaver, ingespannen om het Holocaust Namenmonument van architect Daniël Libeskind in Amsterdam op te richten voor de 102.000 weggevoerde Joden, Sinti en Roma. Het werd onthuld in 2021. Ons Sinti-orkest speelt altijd bij de herdenking bij dit Namenmonument.
Jacques Grishaver heeft vele herdenkingsreizen naar de nazi-kampen in Polen georganiseerd. Acht keer heb ik reizen voor geïnteresseerde Sinti en Roma georganiseerd en Jacques Grishaver was daarbij onze gids. Ook heb ik meegewerkt aan de inrichting van de zogenoemde ‘Zigeunerbarak’ in het voormalige kamp Auschwitz-Birkenau om meer bekendheid te geven aan onze geschiedenis van de Holocaust.
Samen met een vriendin, Carla Hardy, en onder begeleiding van het Roma Heina Mirando-Trio speelde ik het afgelopen seizoen 2025-2026 in onze muziektheatervoorstelling: ‘Een Rugzak vol Wantrouwen’. De voorstelling gaat over de geschiedenis en doorwerking van het verleden van Sinti en Roma. Ook maakte ik in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork de tentoonstelling ‘De lange schaduw van het verleden’. Op alle mogelijke manieren proberen we om meer bekendheid te geven aan ons oorlogsverleden.’
Interview: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak Juni 2026.
Andere verhalen over de oorlog
Wilt u nog meer verhalen over de oorlog lezen?