Herdenkingstoespraak 4 mei 2018

op de Dam door Kim Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Kim Putters spreekt de Herdenkingstoespraak 2018 uit. Foto: Marco de Swart
Kim Putters spreekt de Herdenkingstoespraak 2018 uit.

Vandaag zijn we hier en overal in het land bij elkaar om te herdenken: vaders, moeders, opa’s, oma’s, kinderen. Jong en oud. Iedereen. We herdenken samen. 

Dit jaar reiken scouts en zeekadetten uit Friesland de kransen hier op de Dam aan. Als jonge scout mocht ik dat ook op 4 mei doen in mijn woonplaats Hardinxveld. Ik herinner me hoe bijzonder dat is. Mijn hopman Bas de Mik vertelde mij, dat de oorlog ook over mij ging. Ik vroeg hem waarom. “Waarom denk je?”, vroeg hij op zijn beurt. 
Ik wist het antwoord niet en ik vroeg niet verder. 

Mijn opa, binnenvaartschipper Gerrit Putters, had een kistje met spullen uit de oorlog. Hij liet me de voedselbonnen en de vaarbewijzen uit die tijd zien. Hij fronste dan zijn voorhoofd en zei er niet zo veel over. Ik zag dat het moeilijk voor hem was. Als kleine jongen stelde ik dan geen vragen meer. Pas veel later begreep ik dat hij boos was, op de moffen, zoals hij ze noemde. Dat die spullen bij hem allerlei herinneringen naar boven haalden. Wat had ik hem graag meer vragen willen stellen. 

De Nationale Herdenking op de Dam 2018. Foto: Marco de Swart
De Nationale Herdenking op de Dam 2018.

Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden.
Dat schrijft Remco Campert in het voor mij zo bijzondere gedicht “Iemand stelt de vraag”. Campert was nog geen veertien jaar oud toen zijn vader, verzetsman en dichter Jan Campert in 1943 omkwam in het concentratiekamp Neuengamme. 

Herdenken, stilstaan bij wat is gebeurd, helpt ons om aan onszelf en ook aan anderen vragen te stellen. Herdenken vraagt van ons om naar elkaar te luisteren. Juist als de verschillen tussen bevolkingsgroepen groter worden, moeten we willen weten hoe het echt met de ander gaat. Herdenken dwingt ons de vraag te stellen of we open staan voor wat waar is. Want zijn we in staat eerst informatie te verzamelen voordat we tot een oordeel over de ander komen? Bekijken we gebeurtenissen van meerdere kanten? Verzetten we ons tegen leugens of tegen ongelijke behandeling op welke grond dan ook? Een vrije en betrokken samenleving vraagt van ons de bereidheid om open te staan voor feiten en om onze meningen bij te stellen. 

Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima leggen de eerste krans namens alle burgers van Nederland. Foto: Marco de Swart
Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima leggen de eerste krans namens alle burgers van Nederland.
Foto’s: Marco de Swa

Ik denk dat mijn hopman bedoelde dat je kunt leren van de Tweede Wereldoorlog. 
Dat je moet luisteren naar verhalen van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt en dat wij die verhalen weer doorgeven aan volgende generaties. Dat we vragen leren stellen over onrecht in deze tijd, ons daartegen verzetten en blijven zoeken naar antwoorden.
Laten we een hand reiken, laten we ons openstellen voor de ander, laten we vragen stellen. En in gesprek gaan, over de grenzen van onze vrijheid. Met onszelf, met de ander, met de wereld. 

Remco Campert sluit zijn gedicht af met de regels: 
Jezelf een vraag stellen 
Daarmee begint verzet 
En dan die vraag aan een ander stellen.