Van horen zwijgen

In gesprek met… Jessica Durlacher

Voor Jessica Durlacher was de Tweede Wereldoorlog heel lang iets wat thuis onbesproken bleef. ‘Wat ik van de oorlog weet is begonnen als van horen zwijgen,’ zegt Jessica in haar 4 mei-lezing in de Nieuwe Kerk te Amsterdam voor de Nationale Herdenking 2001. ‘Mijn vader overleefde Westerbork, Theresienstadt en Auschwitz en kon me er niet over vertellen. Aanvankelijk wist ik alleen van zijn nachtmerries door zijn vage klachten en rode ogen. Pas later leerde ik dat er miljoenen mensen waren geweest die niet hadden overleefd wat hij had overleefd.’

Schrijfster en publiciste Jessica Durlacher is geboren in 1961 te Amsterdam. In 1997 debuteerde zij met de roman ‘Het Geweten’ waarvoor zij in 1998 de Debutantenprijs ontving. In 2000 volgde haar tweede boek ‘De dochter’. In beide boeken worstelt zij met de beladen erfenis van het verleden voor de joodse naoorlogse generatie. Vanuit dit perspectief heeft de redactie van Aanspraak met Jessica Durlacher gesproken.

Jessica Durlacher.

Van horen zwijgen

Schrijven zit in de familie. Jessica is de dochter van de overleden AKO literatuurprijswinnaar Gerhard Durlacher en haar man is de bekende schrijver Leon de Winter. Gerhard Durlacher werd beroemd omdat hij zijn kampervaringen zo aangrijpend beschreef in boeken als ‘Strepen aan de hemel’, ‘De Drenkeling’ en ‘Quarantaine’, waarvoor hij in 1994 de AKO-literatuurprijs kreeg. Jessica vertelt: ‘De geschiedenis van mijn vader ken ik pas sinds de jaren tachtig, toen ik zelf zijn boeken las. Het was bij ons thuis ondenkbaar om er over te praten. Noch mijn moeder, mijn twee jongere zussen, of ik durfden het onderwerp aan te roeren. We waren als de dood dat er iets met hem zou gebeuren. Ik durfde er nooit naar te vragen en ik wilde ook niet zien hoe hij dan zou kijken. Onze wederzijdse schaamte was te groot. De gruwelijkheden zijn ook niet met de wereld zoals kinderen die zien te verbinden. Je kunt die geschiedenis nu eenmaal niet geruststellend brengen. Ik denk dat hij dan ook nooit de woorden zou hebben kunnen vinden en de bijpassende gelaatsuitdrukkingen. Deze materie is nog het beste via het geschreven woord over te dragen en ik denk dat dat hem heel goed is gelukt. 

Mijn vader was in de vijftig toen hij begon te schrijven. Hij doceerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, maar kon op een gegeven moment geestelijk en lichamelijk niet meer werken omdat zijn oorlogsverleden hem opbrak. Hij sliep slecht, was hele nachten wakker en voelde zich rot. Je geest kan zo’n verleden maar voor een bepaald aantal jaren wegstoppen, maar op een gegeven moment komt het toch naar boven. Als je dan ook nog met werken stopt, is het niet meer te houden. Hij is toen in psychoanalyse en in behandeling gegaan bij professor Bastiaans. In het literair tijdschrift ‘De Gids’ begon hij met artikelen als reacties op standaardwerken over de jodenvervolging van de historici Walter Laqueur en Martin Gilbert. Zo is zijn schrijverscarrière begonnen. Hij begreep door die standaardwerken ineens waarom bepaalde dingen gebeurd waren. In zijn eerste boek geeft hij de onbeschrijfelijke teleurstelling van alle kampgevangenen weer over de geallieerde vliegtuigen die in 1944 over de kampen vlogen en hen hoop gaven, maar geen aanvoerroutes naar de vernietigingskampen bombardeerden en gewoon maar doorvlogen! Het boek kreeg de toepasselijke titel ‘Strepen aan de hemel’. Hij wilde een verklaring zoeken waarom de wereld zich blind en doof hield tijdens de zwartste uren in de oorlog en daarna. In zijn boeken ging het heel sterk om de inhoud. Dat hij het ook zo goed had opgeschreven en uiteindelijk zo beroemd werd was voor ons allen een verrassing en voor hemzelf ook.”

De dochter

‘Ik studeerde Nederlands in Amsterdam en was daarom al eerder bezig met literatuur en schrijven dan mijn vader. Mijn start in het schrijversvak was het literaire tijdschrift ‘De Held’ dat ik samen met twee medestudenten in 1985 oprichtte. Ik deed de acquisitie voor het blad en de interviews. Zo ontmoette ik diverse schrijvers, organiseerde lezingen en zeurde bij alle uitgeverijen om advertenties. Op die manier leerde ik iedereen kennen. Ik werd na mijn studie door De Tijd (het tegenwoordige HP De Tijd) gevraagd om verslaggeefster te worden en de grote interviews te doen. Twee jaar later werd ik door de Volkskrant gevraagd om kritieken te schrijven. Ik heb allerlei verzamelbundels gepubliceerd en werkte mee aan de VPRO-jongerenprogramma’s ‘Onroerend goed’ en ‘Prima Vista’. In 1997 ging ik met Leon naar Los Angeles en daar stelde hij mij in de gelegenheid om in alle rust mijn debuutroman ‘Het Geweten’ te schrijven. Ik hoefde een jaar lang geen stukjes voor diverse bladen meer te schrijven. Ik liep al zo lang met het idee voor dit boek rond. Het gaat over de psyche van een jonge vrouw en de oorlog speelt zijdelings een rol in haar leven. Zij probeert zich bij het volwassen worden te bevrijden van haar achtergrond en van de oorlog van haar vader. In mijn tweede roman ‘De dochter’ is het centrale thema wel het oorlogsverleden van verschillende personages en gaat het met name om het leven met leugens over de oorlog. Zolang ik nog persoonlijke pijn over dit onderwerp voel zal ik altijd naar manieren blijven zoeken om dit aan anderen te vertellen. De enige manier waarop dat kan is een verhaal te schrijven waardoor je die oorlog voelt. Je kunt er eindeloos over praten, maar ik wil die verplichte emoties weer losmaken en zorgen dat de mensen weer iets voelen over datgene wat mij aan het hart gaat, zodat ik er minder alleen in sta en iedereen wakker blijft. Dat is in zekere zin uiteindelijk mijn schrijversdoel.’

Jessica met moeder en vader Durlacher. Foto: familiealbum Jessica Durlacher.

Geestverwanten

Samen met haar man, Leon de Winter, heeft zij twee kinderen. Zoon Moos (6) en dochter Solomonica of kortweg Moon (4). ‘Ik ontmoette Leon jaren geleden bij een interview, maar toen woonde ik nog samen en hij had een vriendin. Hij dacht en schreef op een bepaalde manier die ik kende. Ik voelde me aangetrokken tot zijn teksten over de naoorlogse generatie en door zijn recensie van het boek ‘De drenkeling’ van mijn vader. Je hoefde bepaalde dingen niet meer aan elkaar uit te leggen en dat gaf mij vertrouwen. Voor mij zijn dat nu eenmaal belangrijke dingen, als ik me daar niet begrepen in voel, dan ben ik erg kwetsbaar. Hij schreef stukken over de schrijver Patrick Modiano, waar ik ook weg van was. Hij was een geestverwant. Jaren later kwam ik hem weer tegen in verband met een interview voor het Nieuw Israëlietisch Weekblad en toen begon hij mij te bellen...’

Zwijgen of zwelgen

In het boek ‘De olifant en het joodse probleem’, een bundel verhalen van een twaalftal joodse schrijvers over de beladen erfenis van het oorlogsverleden voor de naoorlogse generatie heeft Jessica Durlacher de inleiding geschreven en is ook een artikel van Leon de Winter opgenomen. Over de psychische problemen van de naoorlogse generatie zegt Jessica: ‘Ik kan er niet over oordelen. Problemen worden vaak veroorzaakt door gebrek aan kennis. Zodra je meer weet zijn dingen ook makkelijker te accepteren. Iedere overlevende is anders en ieder kind van overlevenden ook. Er zijn wel overeenkomsten in leed, maar toch is ieder verhaal weer heel individueel.
Zelf zweef ik een beetje tussen geen zin meer hebben in, tot volkomen geobsedeerd zijn door het oorlogsverleden.
Ik vind ook niet dat je je moet identificeren met de oorlog van een vroegere generatie. Je moet er op een positieve manier mee omgaan. Positief in de zin van dat je er iets mee doet, dat je het verwerkt voor de toekomst. Laat het je niet remmen en zoek het ook niet als excuus voor wat dan ook! Hoewel ik dat zelf ook een tijd heb gedaan...’

Sta op scherp

‘Met mijn 4 mei-lezing ‘Op scherp’ wilde ik vooral duidelijk maken hoe actueel de Tweede Wereldoorlog is voor hen die zoiets meemaken. Voor die oorlogsgetroffenen is het nooit een verhaal, het is de werkelijkheid van iedere dag. Zelfs als je er al honderdduizend keer over hebt verteld, dan gaat die pijn van het verleden nog niet weg. Dat je dan, zoals mijn vader in zijn bureaulade na al die jaren nog steeds een geladen pistool hebt dat op scherp staat, bewijst hoe echt die oorlog voor hen is en iedere dag aanwezig is. Een citaat uit ‘Op Scherp’: “Ik erfde zijn Gispen-bureau waaraan hij altijd heeft geschreven. Toen dit bureau tijdens een verhuizing werd gekanteld viel het pistool uit het bureau. Het was geladen met vijf kogels. Ik ontdekte dat mijn vader het had aangeschaft uit paniek na de inval van de Russen in Hongarije in 1956. Als ze kwamen, net als toen, zou hij schieten. Mijn vader was een redelijk man, een vergevingsgezinde man zelfs. Na Auschwitz overleefd te hebben, koesterde hij geen haat tegen Duitsland als een abstractie die een natie nu eenmaal is. Hij geloofde in de toekomst en in de vooruitgang. Hij had in zijn leven de woorden gevonden om over zijn oorlog te vertellen. Hij schreef boeken. Literatuur. En in zijn bureau lag altijd een geladen pistool onder handbereik.” Ik wilde in de 4 mei-lezing het besef overdragen dat je die oorlog nooit mag vergeten! Dat je je van alles wat er in de wereld gebeurt bewust moet zijn. Je mag wel even uitrusten en van het leven genieten, maar je moet tegelijkertijd je kop recht houden en goed om je heen blijven kijken. Je moet altijd alert blijven!’

Jessica met haar kinderen Moos en Moon. Foto: familiealbum Jessica Durlacher.

De wereld nu

Boven de voordeur van haar huis wappert de Amerikaanse vlag. Wat is je affiniteit met Amerika op dit moment? Jessica: ‘Het enorme optimisme en de daadkracht van de Amerikanen trekt me aan. Het idee dat alles in principe kan als je maar hard genoeg wilt werken. En iedereen die dat doet, bereikt in de praktijk meestal ook echt iets. Leon en ik hebben twee jaar in Los Angeles gewoond om lekker rustig te kunnen schrijven. Ik heb mijn eerste versies van ‘Het Geweten’ en van ‘De dochter’ daar geschreven en thuis in Nederland verder uitgewerkt. De gebeurtenissen in Amerika op 11 september heb ik ervaren alsof de wereld instortte.

Het is voorbij, dat luchtige, rustige leven zonder oorlog dat we hadden en er is een nieuw tijdperk begonnen. Wie had ooit kunnen verzinnen dat een nieuwe oorlog, misschien wel een Derde Wereldoorlog, er zo uit zou zien? Dat is het enge ervan en dat maakt me erg bang. Mijn vader zei in een interview met het dagblad Trouw (26/3/1994): “Overal zijn goede en helaas slechte mensen. Ik hoop dat vanwege die paar rechtvaardigen de wereld mag blijven draaien.” Daar ben ik het van harte mee eens. We zullen ons nu moeten inzetten voor onze Westerse waarden, zoals vrijheid en gelijkheid. In naam van een hogere instantie misdaden begaan is mijns inziens volstrekt verwerpelijk. Voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog brengt deze oorlog opnieuw doodsangst. Alles komt terug. Al die jaren heb je nodig gehad om de oorlog achter je te laten en weer vertrouwen te krijgen in een betere wereld. Als je je niet meer veilig voelt, dan is dat heel gruwelijk, heel traumatisch. Vanuit mijn achtergrond heb ik toch altijd een soort ongeloof gehad dat we in Nederland in een tijdperk zonder oorlog leefden. Ik heb er in zekere zin op zitten wachten dat er bij ons ook iets zou gebeuren. Dat mensen niets met de Tweede Wereldoorlog hebben kan me nog steeds verbazen en dat er mensen zijn die over 11 september spreken alsof het iets van voorbijgaande aard is, verbaast me helemaal. Terwijl er totaal geen reden is om nu achterover in je luie stoel te zakken. Dat doet me denken aan een verhaal van Odysseus, het verhaal van de Lotuseters. Tijdens zijn thuisreis vanuit Troje landde Odysseus bij de Lotuseters, waar zijn strijders lotusbladeren aten en in slaap vielen. Odysseus moest zijn mannen met geweld aan boord terugbrengen. Ik heb ook het gevoel dat ik iedereen op de rug moet bonken, zo van: word wakker, kijk om je heen, er dreigt gevaar en we moeten verder!’

Interview: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak December 2001