‘Het wrede lot kreeg ons niet klein’

Hella de Jonge vertelt over haar debuutroman ‘Los van de wereld’

‘Thuis stond alles in het teken van de Tweede Wereldoorlog’, schrijft Hella de Jonge in haar biografische debuutroman. Hella groeide op in het Amsterdamse artiestenmilieu waar haar vader, de humoristische tekstschrijver Eli Asser, successen vierde. In het gezin Asser heerste er echter niet altijd zo’n vrolijke sfeer. Haar joodse ouders overleefden beiden de Holocaust, maar vrijwel hun gehele familie en veel van hun vrienden werden vermoord. Na de oorlog kregen zij drie kinderen, maar konden geen kant op met hun oorlogsverdriet.
Danseres en violiste Hella Asser ontmoette cabaretier Freek de Jonge, met wie zij nu 36 jaar gelukkig getrouwd is. Als Hella een kind verliest, merkt zij dat in de ogen van haar ouders niets tegen het leed van hun ervaringen in de oorlog op kan. In ‘Los van de wereld’ vertelt Hella de Jonge op boeiende wijze over het opgroeien in een gezin waar de oorlog de maat van alle dingen is.

Hella de Jonge.
Hella de Jonge. Foto: Ellen Lock.

Bij ons thuis was het altijd oorlog

Bij haar ouders was er na de oorlog, net als bij veel overlevenden, een groot schuldgevoel ten opzichte van degenen, die het niet overleefden: ‘Waarom zij wel en wij niet?’
“Bij ons thuis werd alles met de oorlog in verband gebracht. Ieder klein voorval kon uitlopen op een drama,” vertelt Hella. “Wie ziek was kon ieder moment doodgaan. De overdrijving was angstaanjagend. Mijn ouders hadden als twintigers samen de oorlog overleefd door op het juiste moment onder te duiken. Zij werkten in 1942 in de Joods psychiatrische inrichting ‘Het Apeldoornse Bos’. Zij dachten daar veilig te zijn omdat de Duitsers aanvankelijk de inrichting met rust zouden laten. Mijn vader, Eli Asser, werkte er als verpleger en mijn moeder, Eva Croiset, als schoonmaakster.”
Toen het Eva Croiset duidelijk werd dat patiënten en personeel toch op transport zouden worden gezet, ontstond er een verschrikkelijk dilemma: samen met collega’s meegaan met de patiënten of vluchten en onderduiken? Eva haalde Eli over om onder te duiken. Precies op tijd konden zij ontkomen, via de achterdeur, terwijl aan de voorkant de Duitsers binnenvielen. Hella de Jonge: “De meeste patiënten en verplegers hebben het niet overleefd. De treinen reden rechtstreeks naar de gaskamers. Na de oorlog kwam er ook geen familie terug.
Ons huis stond vol met spullen en schilderijen van overleden familieleden. Als kind was ik bang van een geschilderd portret aan de muur van de woonkamer. Met grote donkere ogen keek mijn omgekomen grootmoeder mij aan. De oorlog was onbespreekbaar en toch alom vertegenwoordigd in die portretten. Zodra wij iets over de oorlog vroegen, keek mijn moeder verdrietig naar haar moeders portret en zei niets meer.”

Aantrekken en afstoten

De familieverhoudingen werden verstoord door het feit dat haar beide ouders hun vertrouwen in de mensheid totaal hadden verloren. Hella verklaart dit wantrouwen als volgt: “Hoewel zij net aan de dood waren ontsnapt, hield die hen toch hun hele leven in de greep. Mijn moeders vertrouwen in mensen werd compleet verwoest toen zij na de oorlog aanbelde bij haar ouderlijk huis. De bewoonster smeet de deur voor haar neus dicht en riep: ‘Nu zijn de stoelen van ons!’ Hierna trok mijn moeder zich terug in haar eigen verdriet en streed haar eigen oorlog.
Tijdens de onderduik was mijn vader in een plaats terecht gekomen waar de dominee hem verzocht: ‘Wilt u hier zo gauw mogelijk weggaan, u brengt onze gemeenteleden in gevaar.’ In principe wantrouwden mijn ouders de wereld. Zij vormden met zijn tweeën een bastion, waarin ze elkaar zonder woorden begrepen en waar de kinderen geen toegang hadden. Juist door hun onverwerkte boosheid en verdriet stond onze jeugd ook in het teken van hun oorlogsverleden en in het teken van het gemis van hun vermoorde familieleden. Als kind voel je dat je ouders verdrietig zijn, maar je beschikt niet over het vermogen dit te benoemen.”
Hella’s kinderverdriet gaat over de onmogelijkheid om haar ouders blij te maken. Zij wilde haar ouders zo graag helpen. Hella: “Ik zocht mijn moeder juist op om samen schoon te maken, samen te naaien op de naaikamer, mijn moeder blij en trots maken.” Maar het oorlogsverdriet vertroebelde de blik van haar moeder die daardoor de toenaderingen van haar dochter niet eens zag. Zij zag alleen wat verkeerd ging en kon niet blij voor haar dochter zijn.

Los van de wereld

“Op mijn twaalfde verjaardag kreeg ik een ring van mijn niet-teruggekomen oma. Na een stranddag met vriendinnen was mijn ring spoorloos. Ik durfde niet naar huis terug te keren. Mijn moeder reageerde geschokt en was diepbedroefd. Ik werd verbannen naar mijn kamer. Zo ging er wel vaker onbedoeld eens wat mis.

Hella de Jonge als kind (boekomslag). Foto: Henk Jonker.
Hella de Jonge als kind (boekomslag). Foto: Henk Jonker.

Ik wilde dansen en blij zijn. Zij wilden rust in huis. Alleen als ik salto’s op het bed van mijn ouders maakte, was ik voor mijn gevoel even los van die zware wereld. Mijn ouders vonden mij maar een lastige en onhandige puber.” Als gevolg van die spanningen kreeg Hella op haar 14e geen hap meer door haar keel. “Ik woog nog maar 37 kilo en werd opgenomen in het ziekenhuis. Radeloos had mijn vader mij bij de haren de keuken ingetrokken om mij te laten eten. Hij schreeuwde mij in zijn onmacht toe dat ik nu op zijn omgekomen zusje leek en dat het mijn schuld was dat zij was weggevoerd. ‘Je hebt mijn zusje vermoord!’ gilde hij toen ik weer niets wilde eten. Ik koos uiteindelijk toch voor het leven. Het had geen zin om mezelf op te sluiten in mijn eigen verdriet, daar had niemand wat aan. En ik wilde niet worden zoals mijn ouders.”

Afscheid nemen

Hella: “In mijn leven heb ik op verschillende manieren moeten leren omgaan met de dood. Bij ieder afscheid van iemand moet je het verdriet een plaats leren geven. Ik heb geleerd dat de dood niet alleen maar verdriet hoeft te brengen, maar dat je het verdriet ook ten goede kunt keren bijvoorbeeld in je creativiteit. De dode heeft er immers niets aan als jij bij de pakken neer gaat zitten.”

Op 17 november 1979 ontmoette Hella haar grote liefde Freek de Jonge met wie zij ruim 36 jaar gelukkig getrouwd is. ‘Het wrede lot kreeg ons niet klein,’ bezingt Freek hun liefde in het theaterstuk waarmee zij nu samen optreden. Zij als violiste, hij als cabaretier. “De moeilijkste periode in mijn leven was het verlies van ons tweede kind. Laatst moest ik in een studio de luisterversie van mijn boek opnemen en toen vond ik het heel zwaar om daarover voor te lezen. We gingen met onze tweejarige dochter en onze pasgeboren zoon op vakantie naar Texel. Kort daarvoor was ik nog met de baby naar de huisarts gegaan omdat ik hem op een morgen in zijn bedje vond met zijn hoofdje in een cirkel van bloed. Maar de huisarts drukte me op het hart dat ik me geen zorgen hoefde  te maken. Alle baby’s hadden wel eens een bloedneus. Onderweg naar onze bestemming overleed onze baby, terwijl we hem net nog hadden gefilmd. In diepe shock liepen we op het duin in Texel, waar Freek tegen me zei: ’Dit mag je nooit gebruiken, zoals jouw ouders de oorlog hebben gebruikt!’ Ik begreep toen nog niets van zijn woorden.
Mijn moeder ging eigenlijk helemaal voorbij aan de dood van mijn baby. Toen wij het haar vertelden, moest haar huisarts meteen komen om haar bloeddruk op te meten. Haar hoge bloeddruk was op dat moment belangrijker dan het nieuws over ons kind. Ik voelde mij in mijn verdriet over ons kind heel alleen, mijn ouders waren teveel met hun eigen oorlogsleed bezig. Ik zocht troost bij hen, maar zij treurden over zoveel vermoorde familieleden en waren niet in staat mij troost te geven. Freek was veel aan het optreden in die tijd. De mooiste scène in mijn boek vind ik zelf het afscheid van mijn moeder op de intensive care van het ziekenhuis. Mijn moeder had, bij haar drie jaar eerdere bijna-doodervaring, haar eigen moeder gezien, die haar vertelde dat ze terug moest gaan voor Eli. Bij haar sterven beschrijf ik een droom waarin mijn moeder door haar moeder wordt opgewacht en eindelijk het oorlogsleed achter zich kan laten.
Tijdens een lezing aan de Vrije Hogeschool in Utrecht vroeg een studente mij: ‘Hield uw moeder misschien meer van haar eigen moeder dan van u?’ Haar vraag maakte het voor mij duidelijk dat het voor mijn moeder afschuwelijk moet zijn geweest om haar eigen moeder te hebben verloren.”

Hella de Jonge.
Hella de Jonge. Foto: Ellen Lock.

Het ijs is gebroken

“Mijn man, Freek, heeft juist veel liefde en vertrouwen van huis uit meegekregen. Ik denk dat het goed is om een partner te hebben die een hele andere invalshoek op het leven heeft. Voor mij was het in elk geval goed om zo nu en dan weer met beide benen op de grond gezet te worden door Freek. Mijn ouders hadden de pech dat ze lotgenoten waren. Ze hadden samen een verbond, tegen de rest van de wereld. Dat heeft hen heel lang de ogen doen sluiten voor het geluk en de liefde die ze bijvoorbeeld van hun kinderen hadden kunnen krijgen. Ze haalden telkens weer de oorlog erbij en trokken zich samen terug. Gelukkig is mijn vader daar nu uitgebroken. Hij heeft na de dood van mijn moeder een nieuw leven opgebouwd en heeft een andere vrouw ontmoet die niets met de oorlog heeft. Hij is helemaal opgebloeid en ik kan nu eindelijk met hem praten. Ik ben er van overtuigd dat als mijn vader eerder gestorven was en mijn moeder nu nog leefde ik ook met haar had kunnen praten. Mijn vader heeft het boek gelezen en hij is blij voor me dat ik mijn verhaal heb kunnen opschrijven.”

Interview: Ellen Lock, PUR-cliëntenblad Aanspraak, Juni 2007