Met hart en ziel wikken en wegen

Mevrouw Hans Dresden over haar voorzitterschap van de Pensioen- en Uitkeringsraad

Van 1 januari 2011 tot 1 januari 2015 is mevrouw Hans Dresden voorzitter van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) geweest. Onder haar bezielende leiding is invulling gegeven aan de PUR-nieuwe stijl in de periode van de overgang naar de Sociale Verzekeringsbank. Hoe heeft zij het voorzitterschap van de PUR in deze afgelopen vier jaren ervaren?

Hans Dresden, 2014.
Hans Dresden, 2014, Foto: Ellen Lock.

Wat was uw grootste zorg tijdens uw voorzitterschap?

Vanaf het begin was ik me er ontzettend van bewust dat wij een piepkleine ZBO (zelfstandig bestuursorgaan) zijn en de SVB een heel grote ZBO is. We zijn een muisje vergeleken bij een olifant. Het is en blijft een ingewikkelde constructie, die is gemaakt om onze cliënten het gevoel te geven dat we er nog voor hen zijn als onafhankelijke Pensioen- en Uitkeringsraad. Zo’n constructie werkt alleen op basis van een goede samenwerking en vertrouwen. De SVB heeft ons heel goed ontvangen op dit kantoor in Leiden. Wat we in 2010 beloofden in het voorwoord van het jaarverslag en in de column van Aanspraak: ‘Cliënten mogen niets van de overgang van werkzaamheden van de PUR naar de SVB merken’, dat is gelukt! Over deze overgang hebben we geen enkele klacht ontvangen en dat is een buitengewone prestatie.

Wat wenst u voor de toekomst van de Pensioen- en Uitkeringsraad?

Mijn grootste wens is dat we tot de laatst levende oorlogsgetroffene kwalitatief hoogstaande zorg blijven geven. Dat kan met een betrokken uitvoeringsapparaat én met een PUR, een raad van experts die het beleid maken en de eerste aanvragen beoordelen.

Heeft u veel persoonlijk contact gehad met de doelgroep?

Ja, dat was het mooie van dit werk. Vaak sprak ik onze cliënten op bijeenkomsten en herdenkingen in Nederland, maar ook in het buitenland heb ik cliënten persoonlijk kunnen spreken. Als PUR-voorzitter bracht ik namelijk werkbezoeken aan cliëntenconferenties in Indonesië, de Verenigde Staten, Canada, Israël en Australië. Het contact met hen en met degenen die voor ons in het buitenland werken, heb ik als heel verrijkend ervaren. Misschien juist omdat ze zover van Nederland wonen, zijn hun vragen en behoeften soms schrijnend.

Was uw beleid ten aanzien van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen anders dan dat van uw voorgangers?

Dat was niet anders, maar er was een nieuwe situatie ontstaan. Voorheen was ik voorzitter van de Raadskamer Wuv maar als voorzitter van een zelfstandig bestuursorgaan kwamen er bestuurlijke taken bij. De nadruk bleef liggen op de casuïstiek en het beleid, maar we waren nu ook verantwoordelijk voor het personeel dat niet mee kon naar de SVB en voor de begroting en de financiën.

Verwacht u nog wijzigingen in deze wetten?

De grote wijzigingen in ons zorgstelsel in Nederland zullen gevolgen hebben voor alle burgers in Nederland, dus ook voor onze cliënten. De wetten voor oorlogsgetroffenen worden niet aangetast, maar tegelijkertijd moet je ook de wijsheid hebben om niet te overvragen binnen die veranderende context. Het moet een menselijk beleid blijven en dat hebben we ook beloofd aan de verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

U heeft als voorzitter veel herdenkingstoespraken gehouden. Zag u daar tegenop?

Ik vind dat niet moeilijk om te doen, ik zie het als een kans om mijn eigen ervaringen te delen en door te geven. Vorig jaar sprak ik onder meer bij een bijeenkomst van het Verzet in Bloemendaal op 10 mei. Daar was ik in de gelegenheid om mijn oorlogspleegouders te gedenken. Op 11 mei van dit jaar heb ik gesproken bij de Herdenking van de Jodenvervolging in de Hooglandse Kerk in Leiden. Als er dan na afloop pubers op me afkomen en mij bedanken voor het verhaal over de oorlog, dan is mijn dag goed.

Waar bent u trots op?

Ik ben trots op de samenwerking met de SVB. Ook is mede door mijn voorzitterschap de afstand tussen de Pensioen- en Uitkeringsraad en de uitvoerende medewerkers van de afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen kleiner geworden. Ik heb heel veel respect voor de medewerkers die direct in contact staan met onze cliënten. Zij staan hen met zoveel geduld en kennis te woord over ingewikkelde berekeningen en wettelijke mogelijkheden. Het is iedere werkdag opnieuw met hart en ziel wikken en wegen. Ook de samenwerking met de Cliëntenraad is tijdens mijn voorzitterschap goed geweest. Ze zijn er immers om ons scherp te houden en dat kan ik alleen maar toejuichen. Ik zal het contact met de cliënten en de medewerkers dan ook het meest missen.

Interview: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak December 2014