Met een gerust hart kan ik afscheid nemen

De Raad is in goede handen bij de Sociale Verzekeringsbank

Govert Huijser, maart 2010
Govert Huijser, maart 2010,  Foto: Ellen Lock.

Oprichter en bestuursvoorzitter, generaal bd Govert Huijser, blikt bewogen terug op zijn twintig jaar bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. ‘We hebben er alles aan gedaan om de organisatie zo goed mogelijk over te dragen aan de Sociale Verzekeringsbank. Als oprichter van de Pensioen- en Uitkeringsraad in 1990 geef ik nu als het ware mijn kind weg. Het is een volwassen organisatie geworden, nu is het tijd om de deur uit te gaan.’

Waarom kreeg u in 1989 van het ministerie de opdracht om de PUR op te richten?

Govert Huijser: ‘Voor 1990 zorgden drie afzonderlijke Raden voor de toepassing van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en was het ABP in Heerlen verantwoordelijk voor de uitvoering. In mijn toenmalige functie als generaal van de landmacht werd ik gevraagd om lid te worden van de Buitengewone Pensioenraad in Heerlen. De voorzitter van de Buitengewone Pensioenraad verzocht mij: “Er is net een Wet Indisch Verzet aangenomen in Den Haag en we hebben iemand nodig die dat gedeelte voor zijn rekening kan nemen.” Ik vroeg hem: “Hoe komen jullie bij mij terecht? Ik was maar een bang jongetje in het jappenkamp en zeker geen verzetsheld!” Hij zei: “Vanuit uw Indische achtergrond en oorlogservaring kunt u goed inschatten wat als verzet in Nederlands-Indië kan worden beschouwd en wanneer dit helaas onmogelijk is.”
Bij de eerste raadsvergadering die ik bijwoonde kreeg ik een reorganisatieplan te zien dat als een reeds uitgemaakte zaak werd gepresenteerd. Hier maakte ik vanuit mijn eigen organisatorische ervaring een aantal kritische kanttekeningen bij. Vanuit het ministerie bleek men mijn kritiek op dit plan wel te waarderen. De toepassing en uitvoering van de wetten buitengewoon pensioen en die voor vervolgden en burger-oorlogsgetroffenen liepen vast en het ministerie zocht naar een oplossing om de uitvoering te verbeteren. Net toen ik 10 dagen buiten dienst was vroeg minister Brinkman mij, juist vanwege mijn adviezen in die raadsvergaderingen, het beleid en de uitvoering van de gehele organisatie te reorganiseren. Als gemachtigde van minister Brinkman en zijn opvolgster d’Ancona, kreeg ik in 1989 de opdracht en de vrijheid om het beleid en de uitvoering te bundelen in één organisatie, met één kapitein op het schip. Ik vond dat zinvol voor deze bijzondere doelgroep en trok me terug als lid uit de Buitengewone Pensioenraad, want je kunt dit werk niet met twee petten op doen.’

Waaruit bestonden uw taken als oprichter?

‘Direct na die opdracht in 1989 ging ik fulltime aan de slag. Ik kreeg kantoorruimte aan de Koninginnegracht in Den Haag en alle hulp van de Directie voor Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Burger-oorlogsgetroffenen van het ministerie. Ik stelde Gerard van Pijkeren aan als projectleider en samen vonden we de juiste mensen die het werk konden doen. We hadden veel overleg met belangengroepen en de begeleidende instellingen over de nieuw op te richten organisatie. Binnen een jaar had het ministerie de ontwerpwet op de Pensioen- en Uitkeringsraad gereed. Bij de oprichting op 1 juli 1990 werd ik bestuursvoorzitter en Gerard van Pijkeren de eerste directeur. Sindsdien ben ik in die functie elke maandag op het kantoor in Leiden. Ook vergader ik met het bestuur en vertegenwoordig ik de Pensioen- en Uitkeringsraad bij herdenkingen.’

Ging het samengaan gemakkelijk?

‘In het begin waren de drie verschillende raadskamers bezorgd dat zij hun onafhankelijkheid zouden verliezen in één uitvoeringsorganisatie. De voorzitters van de raadskamers maakten deel uit van het bestuur, dat kon ingrijpen als dat nodig was. Gelukkig is dat nooit nodig geweest en de directeuren, Gerard van Pijkeren (1990-1991), Ton van Gils (1991-2006) en Ronald Leopold (2006-2010), kregen de vrijheid om hun werk heel goed te doen. Uiteindelijk zijn de afzonderlijke Raadskamers Wbp, Wuv en Wubo naar elkaar toegegroeid. Sinds 2009 werken ze zelfs samen in één College van Raadskamers. Het beleid en de uitvoering van deze wetten werd zo goed op elkaar afgestemd en vereenvoudigd, waar dat wettelijk mogelijk was.’

Is alles exact volgens uw plan verlopen?

‘In 1989 wilde ik het beleid en de uitvoering van alle wetten onder één dak in Leiden krijgen. In verband met een betere spreiding van de werkgelegenheid in die jaren werd echter besloten dat de uitvoering van de Wubo en de Wbp bij het ABP in Heerlen zouden blijven. Uiteindelijk kwam de Wubo over en toen de Wbp in 2008 ook naar Leiden kwam, was mijn wens in vervulling gegaan. Korte lijnen, dat werkt toch altijd het best.’

Wat is er in die jaren verbeterd?

‘We doen ons best om lange behandelprocedures te bekorten en juridisch taalgebruik te vereenvoudigen, maar het blijft moeilijk om een ingewikkelde boodschap eenvoudig over te brengen. Om een brug te slaan naar de doelgroep is in 1997 een cliëntenraad opgericht, die ons veel bruikbare adviezen heeft gegeven. In datzelfde jaar introduceerden we ons cliëntenblad Aanspraak en ging steeds meer aandacht uit naar het verder verbeteren van de dienstverlening en het vereenvoudigen van de wetgeving. Natuurlijk zijn wij en onze cliënten nog lang niet over alles even tevreden, maar de onderzoeken naar de tevredenheid van cliënten uit 2006 en 2009 tonen aan dat er heel veel is bereikt.’

Wat kunnen onze cliënten in de toekomst verwachten?

‘Nu kijk ik terug op een volgroeide organisatie, die vele verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen geholpen heeft en dankzij al haar inspanningen het vertrouwen van de cliënten heeft gewonnen. Ik laat mijn geesteskind in goed vertrouwen achter bij de SVB. Ervaren PUR-medewerkers zullen het werk blijven doen vanuit de vestiging van de SVB in Leiden, waar een aantal verdiepingen voor hen is vrijgemaakt. Uit mijn ervaring weet ik dat je zo’n reorganisatie de tijd moet geven. De PUR en de SVB beseffen goed dat het er eigenlijk niet toe doet wie je baas is, het gaat erom voor wie je werkt. De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen is in goede handen bij de SVB. Met een gerust hart kan ik afscheid nemen.’

Interview: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak, December 2010