De zorg voor oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers
Een kennismaking met SVB-bestuurslid Edward John Paulina.
Kunt u iets vertellen over uw familieachtergrond?
‘Mijn naam is Edward John Paulina en ik ben op 15 februari 1969 geboren in Goirle in Brabant. Over mijn achternaam krijg ik altijd veel vragen. Paulina is de naam van de vrouw van de slavenhouder, die mijn voorvader als achternaam kreeg toen hij werd vrijgekocht. Pas later in mijn leven heb ik kennisgemaakt met mijn biologische ouders. Mijn moeder kreeg mij toen ze 19 jaar oud was en haar ouders wilden dat ze haar kind na de geboorte zou afstaan.
Daarom begon mijn opvoeding bij de nonnen in het katholieke kindertehuis in Goirle. Toen ik drieënhalf jaar was, werd ik geadopteerd door een familie in Den Haag. Zij hadden al een Molukse zoon geadopteerd, John, die drie maanden jonger was dan ik. Vanaf mijn vierde jaar heb ik herinneringen aan mijn adoptieouders. Ze vertelden me dat ze mij hadden geadopteerd. Ik had alleen twee babyfotoalbums van de nonnen meegekregen met mijn jeugdfoto’s.’
Hoe hebt u uw ouders teruggevonden?
‘Op mijn vijfendertigste kreeg ik een gezin. In die tijd wilde ik weten waar ik vandaan kwam. Uiteindelijk vond ik mijn moeder. Ze kwam me opzoeken bij mij thuis in Amsterdam en het was spannend om elkaar voor het eerst te zien. Daarna paste mijn moeder graag en vaak op onze vier kinderen en zo groeiden we ook meer naar elkaar toe als familie. Uiteindelijk heb ik mijn adoptie teruggedraaid, dus ook op papier was ik weer haar zoon en dat voelde heel goed. Dankzij mijn moeder zag ik op mijn veertigste jaar ook mijn vader voor het eerst in mijn leven. Hij is geboren op Curaçao. Intussen heb ik hem en de hele familie Paulina tijdens vakanties meerdere malen ontmoet. Datzelfde jaar heb ik mijn achternaam laten wijzigen in Paulina. Via mijn vader bleek ik nog een tien jaar jongere halfzus te hebben. Ook met haar heb ik nog steeds goed contact.’
Wat heeft u gestudeerd en wat is uw werkervaring?
‘Ik studeerde Management Informatie Technologie aan de Open Universiteit en Technische Informatica in Eindhoven. Na 10 jaar in de sales bij KPN had ik voldoende leidinggevende ervaring opgedaan en wilde ik graag voor een goed maatschappelijk doel werken. Ik werd programmamanager Herziening Jeugdstelsel bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar ik nauw betrokken was bij de transitie van de jeugdzorg van provincie naar gemeente. De laatste 9 jaar ben ik directeur Publieke Gezondheid geweest van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Noorden en voorzitter van de landelijke Bestuurscommissie Informatievoorziening. Tijdens de coronacrisis was dit een bijzonder verantwoordelijke functie. Zo leerde ik de lokale politiek goed kennen.’
Waarom maakte u de overstap naar de SVB?
‘Ik wilde graag voor een maatschappelijk relevante overheidsorganisatie werken waarbij ik meer te maken heb met de landelijke politiek. Juist het belang van de vereenvoudiging van de uitvoering van zoveel wetten en uitkeringen vind ik interessant. De SVB had precies iemand nodig met kennis op de beide terreinen van IT en zorg, waarin ik al een brede bestuurlijke ervaring had opgebouwd. De SVB-bestuursleden en de leden van de sollicitatiecommissie vonden dat ik de juiste persoon was om de SVB-dienstverlening mede toekomstbestendig te maken en deze goed te laten aansluiten bij de wensen en behoeften van een veranderende samenleving.’
Waarin kunt u het verschil maken als SVB-bestuurslid?
‘Ik vind het mooi om een team op te bouwen waarmee je een organisatie echt kunt verbeteren. Ik luister graag naar mensen en dan kijk ik wat ik met die informatie kan doen en wie ik met elkaar in contact kan brengen. Samen met medewerkers probeer ik meer te bereiken voor alle inwoners van Nederland en voor de organisatie.
De materiële zorg voor onze cliënten heeft twee opdrachtgevers: het Ministerie van Volksgezondheid en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Namens de SVB lobby ik, samen met de SVB-voorzitter Diana Starmans en het SVB-bestuurslid Hellen van Dongen, in de Haagse wandelgangen bij de nieuwe Kamerleden voor de vereenvoudiging en toekomstbestendigheid van onze werkzaamheden. We kijken wat eenvoudiger zou kunnen binnen de uitvoering van onze wetten. We spreken de nieuwe Kamerleden die voortaan zullen gaan over onze belangrijkste onderwerpen. Wij laten hen onze knelpunten zien en we komen met voorstellen die zij in de wetten zouden kunnen aanpassen en verbeteren. De wet op de AOW willen we laten herzien. Het is een regeling uit 1957 en in de tussentijd zijn er zoveel nieuwe leefvormen bijgekomen, dat de wet verouderd is.’
Hoe heeft u de introductie ervaren bij de SVB-Afdeling voor Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen?
‘De medewerkers hebben buitengewoon veel kennis van zaken en ze halen veel voldoening uit hun werk voor deze bijzondere doelgroep. Ze beheren ieder een eigen deel van het cliëntenbestand en hebben dagelijks veel telefonisch contact met cliënten in het binnen- en buitenland voor wie zij vaak een vast aanspreekpunt zijn. Juist omdat het een kleine afdeling binnen de SVB is, zijn de lijnen kort en lost het team samen veel vragen van de cliënten op. Ik kreeg van diverse medewerkers een goede uitleg over hun dagelijkse werkzaamheden. Ik voel me betrokken bij de verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog, want deze mensen zijn we echt wel schatplichtig.’
Kent u de oorlogsgeschiedenis van uw eigen familie?
‘Mijn moeders grootouders hadden onderduikers in huis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun zoon, mijn grootvader, heeft daarvoor postuum de Yad Vashem-onderscheidingen van zijn ouders ontvangen in Jeruzalem. In 2016 ben ik alleen naar Israël en het Yad Vashem-museum gegaan om hun namen in de ‘Righteous among the Nations’-database te zien. Ik ben er trots op dat ik hun namen daar zag staan tussen alle ‘Rechtvaardigen onder de Volken’. Ik heb mijn moeders grootouders niet gekend, maar ik was wel onder de indruk dat ik daar hun namen terugvond. Het Yad Vashem Museum is zeer indrukwekkend om te bezoeken.’
Kunt u een voorbeeld geven van de samenwerking van de SVB en de Pensioen- en Uitkeringsraad met andere instellingen, die betrokken zijn bij de zorg voor oorlogsgetroffenen?
‘Ik krijg nog een rondleiding langs alle begeleidende en aanverwante instellingen. De SVB is bijvoorbeeld medeorganisator van de Nooit meer Auschwitz-Lezing 2026. Jaarlijks wordt deze lezing georganiseerd door het Nederlands Auschwitz Comité, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en de Sociale Verzekeringsbank. Hierbij wordt een prominente spreker (of organisatie) uitgenodigd die zich bijzonder inzet voor de strijd tegen antisemitisme, racisme en discriminatie. De lezing vindt plaats in Amsterdam voorafgaand aan de Internationale Holocaust Herdenking op 27 januari, de dag dat het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd door het Russische leger in 1945.
Ik was onder de indruk van de Engelstalige toespraak van de Israëlische documentairemaker Dror Moreh, die nu werkt aan een nieuwe documentaire over de Holocaust. Hij onderzoekt hoe het kwaad zich kan verspreiden en hoe gewone mensen medeplichtig worden. Het viel me op dat ik de enige man van kleur was in het overwegend witte publiek. Er zouden meer mensen uit verschillende groepen bij aanwezig kunnen zijn, want de lezing gaat juist over de strijd tegen discriminatie en racisme. Zelf heb ik van jongs af aan vaak racisme ervaren, ook in Nederland. Als ik met vrienden ging stappen, werd ik vaak niet binnengelaten in uitgaansgelegenheden vanwege mijn huidskleur. Tijdens een reis met vrienden naar Polen, merkten we dat het racisme daar veel openlijker aanwezig was, toen ik niet eens naar binnen mocht. Dit soort ervaringen laat je niet los, het onderstreept voor mij waarom gelijke behandeling en inclusie zo belangrijk zijn.’
Hoe heeft u de herdenkingsreis naar Polen, die jaarlijks wordt georganiseerd door het Nederlands Auschwitz Comité, ervaren?
‘Op maandag 2 februari 2026 ging ik met drie SVB-collega’s mee met deze herdenkingsreis. Deze zesdaagse reis naar de nazikampen, oorlogsmonumenten, Joodse begraafplaatsen en andere gedenkplaatsen in Polen, georganiseerd door het Nederlands Auschwitz Comité, was intens, confronterend en tegelijk verbindend. Samen reisden we met een groep van 65 mensen, onder wie nabestaanden die daar familieleden hebben verloren of mensen die betrokken zijn in verband met hun werkzaamheden voor oorlogsgetroffenen of voor historisch onderzoek. We bezochten plekken waar de geschiedenis van de Holocaust tastbaar en voelbaar wordt. In Warschau liepen we door de straten van het voormalige getto, waar de verhalen van verzet en verlies nog steeds in de lucht hangen.
Het bezoek aan Auschwitz-Birkenau, dat bestaat uit de kampen Auschwitz I, Birkenau en Auschwitz III, raakte eenieder van ons diep; elk terrein vertelde zijn eigen hoofdstuk van systematische ontmenselijking. In kamp Majdanek stonden de barakken, ovens en winterse velden in scherpe stilte tegenover ons. In een verlaten bos bezochten we Sobibor, opnieuw opgebouwd als herdenkingsplek. Deze plek bracht een andere vorm van pijn aan het licht: het bijna totale ontbreken van de sporen van het voormalige kamp. Tegen het einde van de oorlog hadden de nazi’s er de sporen van hun massamoorden geprobeerd uit te wissen. Tijdens de drie herdenkingen in deze nazikampen kwamen verdriet, respect en verbondenheid samen. De groep werd een gemeenschap waarin ruimte was voor eenieders persoonlijke verhaal. Het was een reis die inzichten gaf die je niet uit boeken haalt. Een reis die zwaar was, maar noodzakelijk. En vooral: een reis die bijblijft.’
In de toekomst zullen er meer AOW’ers zijn, en minder werkenden dan nu. Is de AOW dan nog op te brengen?
‘Gezien de sterk vergrijzende bevolking zal het aantal AOW’ers inderdaad toenemen en de SVB meer werk opleveren. De AOW is een groot goed voor de bestaanszekerheid van vele mensen. We hebben deze mate van vergrijzing van de bevolking natuurlijk wel zien aankomen. Het is dus ook geen verrassing voor ons. De Sociale Verzekeringsbank kijkt altijd vooruit om de continuïteit te waarborgen, ook willen we altijd ‘wendbaar’ ofwel flexibel zijn ten opzichte van maatschappelijke veranderingen en ‘weerbaar’ zijn, bijvoorbeeld opgewassen tegen cyberaanvallen of stroomuitval. We zijn als SVB natuurlijk ook aan het kijken hoe onze IT-dienstverlening zich moet aanpassen.’
Hoe zal de toekomstige zorg voor oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers eruitzien?
‘De Pensioen- en Uitkeringsraad en de SVB hebben samen beloofd om tot de laatste cliënt een goede materiële zorg te waarborgen. We houden dus altijd rekening met een toekomstbestendige zorg voor de verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen. Wij proberen de kennis van onze medewerkers op peil te houden en te borgen voor de toekomst. Ook kijken we op beleidsgebied wat eenvoudiger kan qua uitvoeringsregels. We houden voortdurend de eigen werkprocessen tegen het licht. Samen met de Pensioen- en Uitkeringsraad zullen we waar mogelijk de uitvoering van het beleid vereenvoudigen.’
Hoe gaat de SVB om met de bescherming van privacygevoelige informatie?
‘Het is voor onze klanten van groot belang dat we de bescherming van hun bank- en persoonsgegevens kunnen garanderen. We gebruiken dan ook digitale kluizen voor de medische dossiers en financiële gegevens. Jaarlijks krijgen onze medewerkers verplichte trainingen om bewust om te gaan met deze privacygevoelige informatie.
Gezien de huidige oorlogsdreigingen en spanningen in de wereld zijn we als grote overheidsorganisatie altijd op het ergste voorbereid. We trainen ons personeel op een mogelijke cyberaanval en op een langdurige stroomuitval. Zo zijn we met onze afdeling automatisering al jarenlang trainingen aan het volgen en testen aan het doen om in geval van nood te kunnen uitwijken naar een andere IT-omgeving, zodat de betalingen van de AOW, de kinderbijslag, het Persoonsgebonden Budget (PGB), de oorlogspensioenen en -uitkeringen gewoon doorgaan wat er ook gebeurt. Dit wordt ook eens per maand geoefend zodat onze automatiseerders meteen kunnen handelen in geval van nood en zodat al onze betalingen aan de klanten in Nederland en aan Nederlanders in het buitenland gewoon blijven doorgaan.’
Krijgen de cliënten voortaan antwoord aan de telefoon van een chatbot of van een mens?
‘Voor zowel de medewerkers als voor de cliënten kijken we of het mogelijk is om kennis over de wetten voor oorlogsgetroffenen en andere regelingen op te halen via Artificiële Intelligentie (AI). We proberen de kennis en het raadplegen ervan zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Zo kunnen we in de toekomst met minder personeel dezelfde hoeveelheid vragen van onze cliënten beantwoorden. Er blijft altijd de keuze om vragen door een medewerker te laten beantwoorden bij ieder informatieverzoek of aanvraagproces voor deze wetten. We denken dat onze antwoorden sneller kunnen worden verstrekt door te digitaliseren, maar we willen dat iedere vraag nog altijd door een medewerker moet kunnen worden beantwoord voor onze cliënten die dat liever willen. De klant blijft altijd centraal staan bij de Sociale Verzekeringsbank.’
Andere verhalen over de oorlog
Wilt u nog meer verhalen over de oorlog lezen?