'Beter 1 ons relaties, dan 1 kilo verstand!’

Ed Luza vertelt zijn kleinkinderen over de oorlog

"Stil zitten kan mijn vader niet,” zegt Kees Luza (44), “Want dan komt die oorlog meteen naar boven. Mijn vader heeft jarenlang als theateragent gewerkt in Hilversum. Onlangs heeft hij voor zijn vele vrijwilligerswerk van de burgemeester de stadspenning van Lelystad gekregen.” Vervolgingsslachtoffer Ed Luza is 85 jaar en woont met zijn tweede vrouw op het erf van zijn zoon Kees in Lelystad. Zijn eerste vrouw is overleden. Uit het eerste huwelijk kreeg hij vijf kinderen en uit het tweede huwelijk drie zonen. Zoon Kees Luza is met kleinzoon Nikay (3) op visite bij opa en oma. “Vertelde uw vader u veel over de oorlog?”, willen wij voor dit familieportret graag weten.

Ze weten je altijd te vinden

Kees Luza heeft een krachtige en rustige uitstraling. Kees vertelt: “Mijn ouders wonen lekker dichtbij op mijn terrein en dat is fijn als er ooit met hen iets aan de hand mocht zijn. En het is ideaal voor de kleinkinderen dat opa en oma tegenover ons wonen. Iedere week kom ik met mijn broers en hun aanhang bij mijn ouders en dan eten we hier gezellig met elkaar.” Vader en zoon lijken op het eerste gezicht enorme tegenpolen: zoveel rust als de zoon uitstraalt, zo bruisend van activiteit is de vader. Ed Luza wil veel tegelijk vertellen en doen. Hij vraagt een beetje angstig: “Wie leest dit blad eigenlijk? Je weet nooit wat er nog gaat gebeuren, want ze weten je altijd te vinden!”

Via mijn dochter weet ik meer

“Met mij heeft mijn vader niet veel over de oorlog gesproken, maar ik stelde hem ook nooit vragen. Je voelde meteen aan wanneer het hem teveel werd. Toch weet ik via mijn moeder het verhaal in grote lijnen. Toen wij opgroeiden had hij veel last van nachtmerries over de oorlog en hij wilde daarom ook altijd bezig zijn. Zo benutte hij iedere seconde en organiseerde hij in zijn vrije tijd ook nog van alles. Als hij wat langer over de oorlog sprak werd hij kwaad en verdrietig tegelijk. Vroeger aan tafel sprak mijn vader er wel eens over naar aanleiding van een televisieprogramma, maar dan had hij het er zichtbaar moeilijk mee. Persoonlijk interesseert het onderwerp oorlog mij niet zo, want het is al zo lang geleden. Mijn dochter Donna van 13 jaar wil juist alles over de oorlog tot in de details van haar opa weten. Zo weet ik nu nog meer via mijn dochter over zijn oorlogsverleden dan van hem zelf.”

Ongeluk

Moeder en zoon wisselen een blik van verstandhouding en zwijgen respectvol zodat Ed Luza alle ruimte heeft om rustig zijn verhaal te vertellen. Het lot was Ed Luza ook voor de oorlog al niet gunstig gezind. Hij verloor beide ouders bij een ernstig verkeersongeluk. “Ik ben geboren in Hilversum op 31 mei 1922 en kom uit een gegoede joodse familie die handelde in zuidvruchten. Ik ging in Amsterdam naar de HBS. Toen ik 17 jaar was belden mijn ouders mij op of ik meeging naar België voor de voetbalwedstrijd België- Nederland. Ik was verhinderd vanwege een voetbalwedstrijd. Bij Vianen zijn mijn ouders bij een verkeersongeluk te water geraakt en verdronken. Als oudste kind bleef ik met 2 broers en 1 zus achter en nam de zaak tijdelijk waar in afwachting van een andere oplossing. Het was 1939 en toen de oorlog uitbrak werd de zaak al snel ‘overgenomen’.

Bliksemsnel zag ik mijn kans

In juni 1942 werd ik bij een razzia op het Frederiksplein in Amsterdam opgepakt en naar de Hollandse Schouwburg gebracht. SS-Hauptsturmführer Aus der Fünten besloot die avond dat alle Joden naar Westerbork afgevoerd moesten worden. Vier Duitsers hielden daar met terreur zo’n 1100 Joden gevangen. Een jongen die de ‘J’ van zijn persoonsbewijs had geschrapt wilde met mij vluchten. Op dat moment vond ik het risico te groot. Toen de Duitsers sliepen klom hij over het dak. Van dat lawaai werden ze wakker. Hangend aan de dakgoot van een huis op de Plantage Muidergracht schoten de bewakers op zijn handen en viel hij dood neer. Een oude Joodse dame kon bijna niet meer lopen en een Duitser ranselde haar met de sporen van zijn uitgetrokken laars af zodat ze wel moest doorlopen. Ik heb daar veel narigheid gezien. ’s Avonds kwam een ambulance met broeders een patiënt ophalen bij de Hollandse Schouwburg. De Duitsers waren als de dood voor besmettelijke ziekten. Er werden twee grote koffers voor de patiënt klaargezet. Bliksemsnel zag ik mijn kans. Ik pakte die koffers en liep direct achter de broeders met de patiënt op een brancard het gebouw uit, terwijl de Duitsers de deur voor ons openhielden. In het donker zette ik de koffers in de ambulance en ik liep snel langs de ziekenauto naar de Plantage Muidergracht waar mijn grootouders nog woonden. Tijdens een huiszoeking was hun deurslot kapot gegaan, zodat er niet verder was gezocht. Ik kon daar natuurlijk niet blijven omdat er veel huiszoekingen naar Joden werden gedaan. Ik vertrok naar Hilversum om daar onder te duiken.

Ed, Nikay en Kees Luza. Foto: Ellen Lock.
Ed, Nikay en Kees Luza. Foto: Ellen Lock.

Ongelofelijk veel geluk

Maanden later liep ik zonder ster op mijn jas nog eens langs de Hollandse Schouwburg. Op straat lag een jongen die zelfmoord had gepleegd door van het dak te springen. Een Duitser tekende een snor op zijn gezicht en schreeuwde: ‘Dat gebeurt met alle Joden!' Mijn broertjes, mijn zusje en ik hebben ongelofelijk veel geluk gehad en diverse huiszoekingen overleefd. Omdat mijn vader goed bekend stond konden we op veel mensen uit Hilversum rekenen en vonden we snel weer een onderduikadres. We kregen bijvoorbeeld van zijn vrienden vaak voedselbonnen toegestuurd op ons onderduikadres. Mijn vader leerde mij: ‘Beter 1 ons relaties dan 1 kilo verstand.’

Als je maar bezig blijft

Met mijn zonen kan ik inderdaad niet over de oorlog praten, omdat zij mij niets vragen. Mijn kleindochter Donna vraagt mij juist honderduit en dan kan ik er meestal goed op antwoorden. Onlangs heb ik op haar school mijn oorlogsverhaal verteld voor een geschiedenisproject. Ik vertel mijn verhaal wel vaker op scholen en laatst was ik op een school met wel 26 nationaliteiten. Ik heb gedichten gemaakt tijdens mijn onderduikperiode en na de oorlog las ik die aan het begin van een theaterprogramma voor een volle zaal voor. Dan was het altijd muisstil. Ik zal je zeggen, op de scholen van nu is er niets veranderd. Ze zijn nog steeds muisstil als ik mijn gedichten voorlees. Ik heb zoveel meegemaakt, teveel om hier even te beschrijven. Je zou er bijna mensen van gaan wantrouwen, en toch heb ik altijd de moed erin gehouden. Als je maar bezig blijft, anders gaat het mis!”

Interview: Ellen Lock, PUR-cliëntenblad Aanspraak, september 2007.