Deborah Lipstadt houdt 15e Nooit Meer Auschwitz Lezing

Op woensdag 24 januari 2018 organiseren het Nederlands Auschwitz Comité, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en de Sociale Verzekeringsbank voor de vijftiende keer de ‘Nooit Meer Auschwitz Lezing’. De Lezing wordt gehouden in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam.

Professor Dr. Deborah Esther Lipstadt zal de vijftiende lezing uitspreken. Zij is Amerikaans hoogleraar in moderne Joodse geschiedenis en Holocauststudies aan de Emory-universiteit in Atlanta. Wereldberoemd werd ze door het proces ‘Irving versus Penguin Books Limited, Deborah E. Lipstadt’ dat de Holocaust-ontkenner David Irving in 1996 had aangespannen tegen haar uitgever Penguin Books in Engeland. Tijdens dit proces heeft Lipstadt de jury moeten overtuigen dat de Holocaust daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

In een tijd waarin antisemitisme toeneemt en ook de Holocaust-ontkenning weer de kop opsteekt is het evident hoe belangrijk het werk van Lipstadt is. Zij schreef meerdere boeken over de Holocaustontkenning en over het zes jaar durende proces dat uiteindelijk werd gewonnen. Ter introductie van de Nooit Meer Auschwitz Lezing 2018 hield David Hammelburg het volgende interview met professor Deborah Lipstadt in Atlanta, Georgia. 

Deborah Lipstadt, Toronto Internationaal Filmfestival, Canada, 11 september 2016. Foto: Walker/Variety/REX/Shutterstock.
Deborah Lipstadt, Toronto Internationaal Filmfestival, Canada, 11 september 2016. Foto: Walker/Variety/REX/Shutterstock.

Wat weten uw studenten over de Holocaust als ze aan uw colleges beginnen?

Deborah Lipstadt: ‘Ze hebben er veel over gehoord, maar hebben er een vaag beeld van. Als ik mijn studenten op de eerste dag vraag de Holocaust te definiëren, kunnen de meesten niet goed antwoorden. Ze weten wel dat Hitler en de nazi’s vreselijke dingen hebben gedaan, maar ze weten bar weinig over staatsondersteuning van de systematische genocide. Ze beschouwen de Holocaust als de Tweede Wereldoorlog, het besef en de emoties zijn aanwezig, ze kennen de termen, maar de details en de kennis zijn beperkt. Zelfs als ze het onderwerp hebben bestudeerd, is nog nooit iemand methodisch gaan uitzoeken wat het inhield en hoe de Holocaust stapsgewijs tot stand kwam. Als je hen bijvoorbeeld vraagt wie de nazi’s waren, dan zeggen ze: ‘Die grepen de macht in Duitsland.’’

Wat is uw doel?

‘Het is mijn taak om over de Holocaust te onderwijzen. Niet zozeer om betere mensen van hen te maken of hen morele intolerantie tegen onrechtvaardigheid bij te brengen. Ik behandel alle verschillende elementen die de Holocaust mogelijk hebben gemaakt. Hoe komen we van een partij die er in 1928 uitzag als een gewelddadig zooitje ongeregeld bij een partij die vijf jaar later de macht in Duitsland greep? Ik heb het over verkiezingen, propaganda en terreur. Ik vertel hen hoeveel er bekend was en probeer hen het besef bij te brengen dat we – in weerwil van de onrealistische gedachte dat de wereld hen had kunnen tegenhouden – de complexiteit van de situatie in die tijd volledig moeten begrijpen. Ik heb het over heimelijke steun en hand- en spandiensten en vertel dat Eichmann met slechts 300 SS’ers Hongarije binnenliep om de laatste 800.000 nog ongedeerde Joden, die in het Europa onder Duits gezag waren overgebleven, in minder dan twee maanden stelselmatig te vernietigen en uit te roeien. Het gaat erom de studenten ervan te doordringen dat het geen lukrake actie was. Ik heb het over antisemitisme als een bedrieglijke samenzweringstheorie. Toen ik met een collega een serie colleges over de opkomst van het antisemitisme gaf, kwam een student met de vraag: ‘Maar de bankiers in Duitsland waren toch allemaal Joden?’ En ik begon dat idee te verdedigen en onderbouwde het met feiten en cijfers. Mijn collega onderbrak me en zei: ‘Nou en?’ Dat was het enige juiste antwoord. De uitdaging is, hoe ontzenuw je iets wat absurd is?’

Dringt het besef in de loop van de cursus door bij de studenten?

‘Als ik overlevenden uitnodig worden hun ogen pas echt geopend, dan wordt de geschiedenis echt en maakt het indruk. Uw landgenoot en Holocaust onderzoeker Robert Jan van Pelt doet dat zo goed door geschiedenis met persoonlijke verhalen te vervlechten. De Nederlanders danken Anne Frank trouwens twee keer per dag op hun blote knieën. Zij heeft hun reputatie gered, alsof wij allemaal hetzelfde hadden gedaan als Miep Gies. In het dagboek wordt niet ingegaan op haar verklikkers en haar dood. Ik wil mijn studenten laten inzien dat de gewone man een eigen rol speelde. Verwacht ik van de gewone man dat die dapper in verzet komt? Het is erg makkelijk om een oordeel te vellen vanuit mijn ivoren toren bij deze universiteit. Ik wil dat mijn studenten er iets uit meenemen dat ik zou betitelen als ‘een bescheiden oordeel’ over de slachtoffers en de keuzes. Maar ik stel wel één belangrijke vraag: “Stel dat je in het getto van Warschau zit en je hebt de kans om te ontsnappen. Maar je weet dat je familieleden meegaan met het eerste transport en je weet wat dat betekent. Geef niet meteen antwoord, maar bedenk eens voor jezelf: Ga je ervandoor of niet?” Ik wil dat ze de overweldigende, gruwelijke keuzes die gemaakt moesten worden op zich laten inwerken. Iemand die zegt dat ze het in 1936 al zagen aankomen, kletst uit zijn nek. Niemand weet werkelijk wat we in die omstandigheden zouden doen en dat zet hen wel aan het denken."

De ‘Holocaust’ tv miniserie (1978) heeft bij Amerikanen de ogen geopend. Waarom duurde het in veel landen zo lang voordat de Holocaust werd bestudeerd en beschreven?

‘Er was meer literatuur over dan je denkt. Toen Elie Wiesel zijn boek ‘Nacht’ aan Amerikaanse uitgevers voorlegde, werd het meerdere malen afgewezen. In één van de afwijzingsbrieven stond dat er al te veel van dit soort boeken waren. Er waren boeken over persoonlijke ervaringen. Maar er kwam pas wetenschappelijke literatuur vanaf het moment dat de archieven in Oost-Europa toegankelijk werden. Vele overlevenden waren bovendien nog zo jong en bezaten helemaal niets. Hun overlevingswijze was eerder gericht op het verkrijgen van een dak boven je hoofd, dan om meteen achter de schrijftafel gaan zitten om je oorlogsverhaal te vertellen. Ook kost het tijd om zo’n trauma te laten bezinken. Daarom moet je hun naoorlogse situatie ook in ogenschouw nemen voor een breder begrip van de late geschiedschrijving erover.’

Het zijn meestal de winnaars die de geschiedenis schrijven, maar er is aanvankelijk erg weinig aandacht aan de tragedie in Oost-Europa besteed. Het lijkt er toch op dat de Holocaust maar stukje bij beetje in het onderwijs is behandeld?

‘Dat is een natuurlijke gang van zaken. Het onderzoek richtte zich eerst op de gaskamers van Auschwitz, de geschiedenis van de moordenaars en het proces. Maar het beste van deze studie is juist dat het onderwerp in brokstukken is aangereikt. Inmiddels is er zoveel meer informatie voorhanden. Het ontwikkelde zich in de loop van de tijd en het is zo’n groot onderwerp. Ik geef al 40 jaar onderwijs over de Holocaust en het bestuderen daarvan is nog even belangrijk en voortdurend aan verandering onderhevig. Toen ik nog maar net begon, liep ik nog te preken en wist ik precies wie ik de schuld moest geven. Roosevelt deugde niet. Nu zie ik het veel genuanceerder. Ik wil niet zeggen dat Roosevelt het geweldig deed – hij had de spoorlijnen naar Auschwitz kunnen opblazen – maar ik zie ook de beperkingen. Ik maak me ontzettend druk als de Holocaust wordt ingezet voor politieke doeleinden, of het nu gaat om Europeanen die etiketten op producten uit Israël willen plakken of om de aanvallen van links op rechts en andersom. Het is zo’n ingewikkeld onderwerp. De stelselmatige moord op miljoenen mensen mag nooit worden ingezet voor politieke doeleinden.’

Hoe bestrijdt u het hedendaagse ‘nepnieuws’ en de onjuiste feiten?

‘Controleer de feiten en kijk goed naar de bronnen. Het is geen nieuw fenomeen, maar belangrijker dan ooit. Een cadet bij de militaire opleiding van West Point stelde mij een vraag die me versteld deed staan: ‘Volgend jaar sta ik aan het hoofd van een eenheid die ergens wordt gestationeerd waar de nieuwsberichten elkaar in rap tempo opvolgen en ik zal dan snel beslissingen moeten nemen. Hoe bepaal ik dan wat waar is?’ Ik was even sprakeloos, want hier stond iemand die een mogelijk levensbedreigende situatie tegemoet ging en aan mij vroeg: ‘Hoe moet ik beoordelen wat echt is?’ Check altijd de bron van de informatie. Het is beangstigend dat ze in Charlottesville rondliepen met swastika’s en vlaggen van de Zuidelijke Confederatie en in spreekkoren riepen: “Wij wijken niet voor Joden.” De opkomst van sociale media geeft haters een megafoon in handen en gekken de kans om haat te normaliseren.’

Zijn haat en antisemitisme in opkomst?

‘Toen Al Gore Joe Lieberman tot zijn tweede man verkoos, dacht iedereen dat dit de deur open zou zetten voor het antisemitisme. Dat gebeurde niet en het antisemitisme leek voorbij te zijn, maar toen keerde het terug. Mensen hebben meer vrijheid en durven openlijk dingen te zeggen, die ze nooit eerder hebben gezegd. Sommige betogers in Charlottesville zeiden: “Kijk eens, we willen alleen maar wonen in blanke wijken en blanke scholen hebben voor onze kinderen. Wat is daar zo erg aan?” Daarachter schuilen haat, racisme en antisemitisme. Dat hadden we vroeger en het heette segregatie. Het is geen bescherming van de eigen cultuur, maar bescherming van hun eigen huidskleur. Het is zo ver doorgesijpeld dat het gemeengoed is geworden.’

Deborah Lipstadt, 2016. Foto: Walker/Variety/REX/Shutterstock.
Deborah Lipstadt, 2016. Foto: Walker/Variety/REX/Shutterstock. Interview: David Hammelburg, december-editie 2017, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak. 

Wat is het volgende dat u nu gaat bestrijden?

‘Verkapt antisemitisme, degenen die zeggen: ‘Zo erg was het ook weer niet’ of ‘Waar is het monument voor de Duitse soldaten?’ Of ‘Israël is net zo erg als de nazi’s’ en ‘Genoeg over die Holocaust’. Dat noem ik immorele vergelijkingen.’

Interview: David Hammelburg SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak december 2017.