De architect van het gedenken

Nooit meer Auschwitz Lezing 2011 door Daniel Libeskind

Daniel Libeskind. Foto: Studio Daniel Libeskind.
Daniel Libeskind, Foto: Studio Daniel Libeskind.

Het Nederlands Auschwitz Comité heeft Daniel Libeskind uitgenodigd de lezing uit te spreken. De heer Libeskind zal bij deze gelegenheid de Annetje Fels-Kupferschmidt Onderscheiding uitgereikt krijgen. Annetje Fels-Kupferschmidt overleefde het vernietigingskamp Auschwitz en richtte tien jaar na de oorlog, samen met andere overlevenden van de kampen, het Nederlands Auschwitz Comité op met de doelstelling ‘Nooit meer Auschwitz’. Hier volgt een interview met Daniel Libeskind ter introductie van zijn lezing.

Daniel Libeskind werd in Polen (Łódź, 1946) geboren als zoon van Joodse Holocaust-overlevenden. In 1965 werd hij genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger. Hij studeerde architectuur in New York en geschiedenis en architectuurtheorie in Essex, Groot Brittannië. Hij gaf les en lezingen op veel universiteiten in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Japan en Australië. Tot de bekendste werken van Libeskind behoren het Joods Museum in Berlijn, het Felix Nussbaum Haus in Osnabrück, het Imperial War Museum in Manchester, het Deens Joods Museum in Kopenhagen en het Grand Canal Theatre in Dublin.

In 2003 won hij de opdracht om het masterplan te ontwerpen voor de herinrichting van Ground Zero, de voormalige locatie van het World Trade Centre in New York. Daniel Libeskind staat bekend als ‘de architect van het gedenken’. Hij benadrukt met zijn manier van ontwerpen de verhalen van een bepaalde plek. Zo heeft de plattegrond van het Joods Museum in Berlijn de vorm van een gebroken Davidster, verwijzend naar de destructie van de Joodse cultuur onder het nazi-regime. Zijn ontwerp voor Ground Zero, ‘Memory Foundations’, is tegelijkertijd een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslag op 11 september 2001 en aan het leven, dat doorgaat.

Wat betekende het voor u toen het Nederlands Auschwitz Comité besloot u een onderscheiding te geven?

‘Het betekent heel veel voor mij omdat het Auschwitz Comité in mijn ogen enorm belangrijk werk doet, niet alleen voor de wereld, maar ook voor mij persoonlijk; mijn familie is in Auschwitz en andere kampen weggevaagd. Ik ben zeer vereerd dat ik deel mag uitmaken van deze gebeurtenis en niet alleen kan spreken over de onomkeerbaarheid van het verleden, maar ook over wat we in de toekomst kunnen doen. Wat we vandaag kunnen doen om ons bewust te worden van de dreiging waar wij mee te maken hebben, en waar de Joodse gemeenschap ook in deze tijd nog mee te maken heeft. Kortom, het betekent heel veel voor mij.’

In hoeverre is de Holocaust van invloed geweest op uw opvoeding en uw leven in het algemeen? 

‘Volledig, denk ik. De Holocaust heeft iedereen op de een of andere manier geraakt. Het is een gebeurtenis die de wereld fundamenteel heeft veranderd en die een cesuur heeft teweeggebracht, een wezenlijk nieuwe manier van kijken naar de betekenis van geschiedenis. Naar mijn mening is de Holocaust veel meer dan alleen een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis; het is de belangrijkste gebeurtenis van allemaal, niet alleen voor mij persoonlijk maar ook objectief gezien.’

Voelt u zich meer Joods of sterker verbonden met het Jodendom vanwege de Holocaust? 

‘Ik denk dat de Holocaust niet alle aspecten van het Jodendom raakt, maar elke Jood is wel fundamenteel veranderd door de Holocaust. Natuurlijk moeten we verder en naar de toekomst kijken, maar tegelijkertijd mogen we nooit vergeten wat de vernietiging van miljoenen Joden heeft betekend en wat ook nu nog de invloed is van deze ongekende genocide die de wereld in een volledig nieuwe richting heeft gestuurd.’

Hoe verhoudt ‘nooit vergeten’ zich tot de wereld van vandaag, met name in de nasleep van de genocide en etnische zuiveringen in Rwanda, Bosnië en Darfur? 

‘Het besef dat de wereld ook nu nog te maken heeft met genocide, heeft absoluut een verband met de Holocaust, juist omdat de Holocaust ons er allemaal van heeft doordrongen dat we het nooit meer mogen laten gebeuren dat een volk wordt gedecimeerd als gevolg van racisme, vreemdelingenhaat en genocide. Ons bewustzijn van de Holocaust voedt onze strijd tegen alles wat slecht is.’

Maakt u in uw architectuurontwerpen bewust een statement tegen genocide? 

‘Ontwerpen is meer dan simpelweg gebouwen maken; ontwerpen gaat over de taal van communicatie. Ontwerpen, architectuur en stadsplanning vertellen een verhaal en dat verhaal is meer dan wat het aan de oppervlakte lijkt; het kent ook een diepere, bredere en minder zichtbare dimensie. Elk gebouw maakt deel uit van de open en democratische maatschappij en is daarom niet alleen een weerspiegeling van het actuele en het zichtbare, maar ook van de vaak vergeten en verborgen gebeurtenissen die de maatschappij hebben gevormd.’

Hoe bent u gekomen tot uw ontwerpen voor de Joodse Musea in Berlijn en Denemarken, waarin zowel het verleden, het heden en de toekomst tot uiting moesten komen? 

‘Het zijn twee zeer verschillende gebouwen. Beide gaan over tragedies, maar op een verschillende manier. Het Joods Museum in Denemarken vertelt een bemoedigend verhaal omdat het de Denen was gelukt hun Joodse landgenoten naar Zweden te brengen. Dat verhaal straalt iets onmiskenbaar positiefs uit, ondanks het feit dat het plaatsvond in een gruwelijke tijd. Het museum in Berlijn vertelt een ander verhaal; Berlijn was immers het centrum van waaruit de Holocaust werd geregisseerd. Elke straat en elke vierkante centimeter van Berlijn is hiermee verbonden, en bij het ontwerpen van een Joods Museum in Berlijn hoort niet alleen het onder ogen zien van het verleden, maar ook een hoopvolle blik op de toekomst. De geschiedenis heeft de stad wezenlijk veranderd en dat is ook wat ik in mijn ontwerp van het Joods Museum tot uiting wilde laten komen: de tweeduizend jaar oude geschiedenis van de Duitse Joden en het feit dat de Joden niet de enige slachtoffers waren van de Holocaust. Zij vormden een geslaagde groep in een geweldige stad, en waren fantastische vechters, artiesten, dichters en zakenlui, belangrijk voor het succes van Duitsland, maar ook de groep waarvoor de vernietigingskampen het eindstation waren. Het museum wil een volledige nagedachtenis bieden en de toekomst is afhankelijk van deze nagedachtenis. Herinnering is het centrale element en het museum is als een boek waarin veel verschillende aspecten worden beschreven: deportatie, reddeloosheid, toekomstmogelijkheden, de oprichting van de staat Israël. Al deze aspecten speelden een rol bij de bouw van het Joods Museum.’

Hoe ontwerpt u hedendaagse gebouwen die een reflectie zijn van het verleden? Hoe onderzoekt u het verhaal achter een gebouw? Is het een kwestie van kennis van het verleden of voelt u iets wanneer u op een mogelijke bouwlocatie staat en de energie in u opneemt? 

‘Eigenlijk alles wat u zegt, maar nog veel meer. Er is geen plek op aarde die geen geschiedenis heeft; zelfs een groen grasveld is meer dan gewoon een groen grasveld; er schuilt een geschiedenis onder, boven of naast. Je moet contact maken met de wezenlijke betekenis van de plek. De Romeinen noemden dit ‘genius loci’ – de ziel, de specifieke, onvervangbare eigenheid van een plek waarin zowel de diepte in de tijd als de horizontale mogelijkheid van toekomstige ontwikkeling besloten liggen. Dit is waar het om draait bij de architectuur van een stad; het laat ons weten waar we zijn, wie we zijn en waar we naar toe gaan.’

Daniel Libeskind. Foto: Studio Daniel Libeskind.
Daniel Libeskind, Foto: Studio Daniel Libeskind.

Hoe gaat u te werk bij uw onderzoek – hoe probeert u door te dringen tot de wezenlijke essentie van een bouwlocatie? 

‘Het is het licht in de ogen van mensen. Het is meer dan boeken lezen en de geschiedenis bestuderen. Je moet andere manieren vinden, je oor tegen de grond houden als het ware, en verbinding maken met de oorsprong van de ziel van de plek. Dit klinkt misschien vaag, maar er bestaan zeker manieren om dit te doen. Ik heb bijvoorbeeld gekeken naar de verdwenen straatnamen in Berlijn toen ik worstelde met de vraag ‘wat is Berlijn?’. De stad bestaat niet alleen uit de zichtbare straatnamen, maar ook uit alles wat niet meer zichtbaar is en desondanks onlosmakelijk deel uitmaakt en deel zal blijven uitmaken van de stad, zelfs nu het verdwenen is.’

In Europa spreekt men over het leven ‘voor de oorlog’ en ‘na de oorlog’. In Amerika heeft men het over de wereld voor en na 11 september. Kan deze manier van beschouwen tot uiting komen in design en architectuur?

‘De wereld is in ieder geval veranderd, niet alleen in New York of Amerika, maar overal. We hebben allemaal te maken met de gevolgen van 11 september en de politieke en militaire reacties hierop. Maar ook in de architectuur is een reactie zichtbaar, omdat hiermee een cultureel antwoord kan worden gegeven op de aanslagen. De architectuur is veranderd; architecten kijken niet langer naar de meest pragmatische manier om een gebouw neer te zetten, maar naar de wijze waarop steden moeten omgaan met een dreiging die nu helaas deel uitmaakt van onze dagelijkse realiteit. En deze dreiging gaat niet zomaar weg omdat we dat graag willen; we zullen moeten omgaan met de krachten die aan de oppervlakte zijn gekomen na de aanslagen van 11 september. Gebouwen en steden staan oog in oog met een nieuwe realiteit. Wereldwijd is het ontwerp van hoge gebouwen compleet veranderd. De manier waarop we gebouwen binnengaan is vanwege nieuwe veiligheidsoverwegingen anders, net als de manier waarop we ons door gebouwen bewegen en de vluchtroutes uit hoge gebouwen. Zelfs het technische aspect van de wereld na 11 september is nu vastgelegd in wetboeken.’

Denkt u dat er een overeenkomst bestaat tussen de verschrikkingen van 11 september en de Holocaust? Kan deze tot uiting komen in bouwkundige ontwerpen? 

‘Nee, ik denk niet dat er een overeenkomst bestaat tussen de Holocaust, waarbij 6 miljoen Joden zijn vermoord, en de verwoestingen van 11 september. Maar er bestaan wel overeenkomsten in de zin dat mensen geleden hebben en een tragedie moeten verwerken. De omvang is niet vergelijkbaar, maar wel wat het betekent voor een volk om te vechten voor zijn bestaan, wat het betekent voor de toekomst, de overlevering, en de oriëntatie in ruimte en tijd. Tragiek is wat beide gebeurtenissen bindt, maar we kunnen de Holocaust niet vergelijken met de aanslagen in New York. Daarvoor zijn de verschillen te groot. Hoe dan ook, we moeten beide gebeurtenissen een weloverwogen plek in de geschiedenis geven en nadenken over hoe we verder moeten gaan. Tegelijkertijd moeten we er voor zorgen dat we de onherstelbare gebeurtenissen in het verleden nooit vergeten en dat we ze proberen te begrijpen.’

Hoe hebt u de herinrichting van Ground Zero ontworpen? Op wat voor manier is uw visie op de gebeurtenissen van 11 september van invloed geweest op uw ontwerp? 

‘In mijn ontwerp heb ik ruimte gelaten voor wat ik ‘geheugenverankering’ noem. De locatie is niet zo groot, slechts 6,5 hectare in een van de dichtstbebouwde plekken ter wereld. De helft van de plek laat ik onbebouwd; ik vond dat ik niet kon bouwen op een plek waar duizenden mensen zijn omgekomen. Je wilt voldoende ruimte creëren voor herinnering – om de herinneringen te kunnen terughalen. Mensen moeten de gelegenheid hebben om samen te komen op een soort heilige plek midden in een vooruitstrevende en wereldlijke stad. Tegelijkertijd wil je het fundament leggen voor het optimisme en pluralisme en de democratische dynamiek van New York, dat immers de hoofdstad is van de vrijheid en van de dingen die we allemaal bewonderen en waar we van houden. En natuurlijk de balans tussen herinneren en toekomst, tussen het optimisme van verder gaan en het nooit vergeten wat er op deze plek is gebeurd. Het is de symboliek van het Vrijheidsbeeld, van het licht van de dag en van de nacht. Ik wil een wijk scheppen waarin niet alleen plaats is voor kantoorgebouwen, maar waarin 24 uur per dag en 7 dagen per week mensen samenzijn, een wijk die de aandacht verlegt van Wall Street naar de Hudsonrivier en die Chinatown, Battery Park en Tribeca met elkaar verbindt. Zo wordt deze locatie niet slechts gebruikt om een replica te bouwen, maar om de stad op een fundamentele manier te veranderen.’

In welke fase bevindt het project zich nu, na jaren van gerechtelijke procedures? 

‘Er zit nu behoorlijk veel schot in. Er waren nogal wat problemen en het is een moeilijk en uitdagend project, gezien de vele betrokken partijen: de families van de slachtoffers, de gouverneurs van New York en New Jersey, de Havenautoriteiten, de investeerders, vroegere architecten, de treinen van PATH en de ondergrondse – het is een stad op zich. Maar we komen goed vooruit. Volgend jaar op 11 september openen we het nieuwe monument en ook het museum komt eraan. Over niet al te lange tijd wordt het hoogste punt bereikt van de nieuwe Vrijheidstoren. De bouw van Toren 4 is begonnen en de straten worden op elkaar aangesloten, dus wanneer de 23 meter diepe fundering eenmaal klaar is, zult u de bouw snel zien vorderen. De vaart zit erin en de mensen zullen snel veel te zien hebben.’

U heeft begin jaren ’90 verschillende projecten en tentoonstellingen gehad in Nederland. Hoe kijkt u daarop terug? Voelt u een verbondenheid met Nederland? 

‘Ik hou van Nederland en van alles wat Nederlands is, de Nederlandse schilderkunst, het landschap, de geschiedenis en de mensen. Ik heb veel artistieke constructies gemaakt in Nederland, in Almere, het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, maar helaas geen gebouw omdat mijn werk niet is gebaseerd op de ‘rechte hoek’ die zo’n belangrijk onderdeel vormt van de Nederlandse stijl. Ik heb veel artistieke projecten gedaan in Nederland, maar nooit een bouwkundig project.’

Zou u daar voor openstaan? 

‘Natuurlijk. Nederland heeft een grote bouwkundige traditie.’

Wat is dan het verschil tussen Nederlands design en uw visie op design? 

’Misschien heeft het wel te maken met de Nederlandse architectuur uit de vroege jaren ’20, waarbij architectuur bijna werd gezien als een politieke ideologie die voorschreef hoe mensen moesten leven en wat ze moesten doen. Ik denk dat de architectuur in de 21e eeuw aan het veranderen is – we zien de openheid van de democratie, we geloven niet langer in die andere ideologieën waarbij mensen geen technologieën mogen gebruiken of niet aan de samenleving mogen deelnemen. We zien nu een fundamentele overgang van de modernistische traditie, die in Nederland al vanaf het begin werd aangehangen, naar een nieuwe ontluikende wereld van pluralisme, een wereld waarin verschillen worden gewaardeerd. Bij 365 invalshoeken zijn er altijd 364 andere.’

Wat bedoelt u met de ‘rechte hoek’? 

‘Het is de hoek van 90 graden – haaks in iedere richting, loodrecht ten opzichte van de grond – het is het idee van een doos, en de wereld stapt langzaam uit deze doos vandaan, en vroeg of laat zal ook Nederland uit de doos stappen. Rotterdam is heel vooruitstrevend; de stad kent enkele prachtige voorbeelden van architectuur, zelfs voor Nederlandse begrippen. Ik heb het meer over een onderliggende visie op hoe de architectuur in steden door de tijd heen verandert en hoe traditie wordt verbonden met het nieuwe.’

U refereert kennelijk aan het Nederlandse Calvinisme?

‘Waarschijnlijk. Kijk naar Theo van Doesberg en Mondriaan en alle theoretici van De Stijl; in de kleuren en hoeken zie je bijna een religieuze beweging. Daarnaast bestaat er in Nederland een sterke traditie van discipline, terwijl men in andere landen meer openstaat voor nieuwe manieren en mogelijkheden. Nederland is nog sterk verankerd in de 20e eeuw en dat is natuurlijk ook deels de charme van het land.’

Interview: David Hammelburg, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak December 2010