De Explosieven Opruimingsdienst Defensie

Zeemijn op zandbank
Zeemijn op zandbank

Nederlanders die als burger in of ná de Tweede Wereldoorlog blijvend invalide zijn geworden door het ontploffen van munitie of ander oorlogstuig, zonder dat dit te wijten was aan eigen onvoorzichtigheid, kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning door de Wet Uitkeringen Burger-oorlogsgetroffenen 1940-1945 (Wubo). Voor het onderzoek naar deze ongevallen maakt de Pensioen- en Uitkeringsraad gebruik van de kennis van en beschrijvingen in de rapporten van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Een interview met kapitein Antoon Meijers over zijn werk.

Wat doet de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)?

De EOD is verantwoordelijk voor de opsporing, identificatie en ruiming van conventionele en geïmproviseerde explosieven, zowel op het land als in het water. Ook de bescherming van Nederlandse eenheden bij operaties in het buitenland valt onder hun takenpakket. De EOD valt onder de Commandant Landstrijdkrachten en is nu nog gelegerd te Culemborg. In 2011 verhuist de eenheid naar Soesterberg. De maritieme compagnie van de EOD is gelegerd op de Marinebasis in Den Helder.

24-uur paraat

Volgens kapitein Antoon Meijers (56), één van de langst dienende ruimers, lopen zij bij hun werk niet extreem meer risico dan u en ik, maar het blijft altijd opletten geblazen. Hij toont als eerste het monument in de hal waarop de namen van omgekomen collega’s zijn gegraveerd en wijst op het laatste naamplaatje: ‘In 1976 is de laatste collega bij het werk omgekomen.’ Kapitein Meijers vertelt: ‘We staan 24-uur per dag paraat om explosieven in Nederland te ruimen. We verlenen ook steun bij het bergen van een gecrasht vliegtuig of wanneer een vissersschip een vliegtuigbom in zijn netten heeft. Bij het ruimen op zee maken we gebruik van speciaal opgeleid marinepersoneel die naast EOD’er ook duiker zijn. Ook voor verdachte pakketjes in een trein, op een vliegveld of in een winkelstraat rukken we uit.’

Duizenden bommen en granaten

Hoeveel meldingen krijgt u per jaar binnen? ‘Het aantal meldingen is sinds de Tweede Wereldoorlog afgenomen, maar schommelt nu nog tussen de 1.700 en 2.000 per jaar. Voorlopig zal dit aantal niet sterk af nemen omdat er nog zoveel materiaal uit de Tweede Wereldoorlog in de grond zit. Het voor- en najaar zijn de drukste perioden. Als de gewassen geoogst zijn en de boer weer zijn land gaat bewerken, komen er bij de EOD veel meer meldingen binnen. Ons land ligt bezaaid met duizenden bommen en granaten uit de oorlog. Dit jaar zijn er naast de duizenden granaten, raketten, handgranaten, enz. al 45 zware vliegtuigbommen geruimd.’

Adjudant Hans van der Zwiet en Kapitein Antoon Meijers ruimen een Amerikaanse vliegtuigbom van 1000 pond nabij vliegbasis Volkel. Foto: Linda Teeuwen (EOD).
Adjudant Hans van der Zwiet en Kapitein Antoon Meijers ruimen een Amerikaanse vliegtuigbom van 1000 pond nabij vliegbasis Volkel, Foto: Linda Teeuwen (EOD).

Kijken doe je met je ogen, niet met je handen

Wie is er in eerste instantie verantwoordelijk voor de explosieven? ‘Wettelijk is de burgemeester verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, en dus verantwoordelijk voor de gevonden explosieven op zijn of haar grondgebied. De EOD waarschuwt burgers om van gevonden explosieven af te blijven. Bel meteen de politie en verplaats het voorwerp niet. De politie schakelt ons vervolgens in om het explosief onschadelijk te maken. ‘Kijken doe je met je ogen, niet met je handen’ is ons devies. Laat ons het werk doen, want wij hebben de gespecialiseerde kennis en de benodigde apparatuur.

De ruimers krijgen per dag een route opgedragen en komen natuurlijk eerst op de meest noodzakelijke en belangrijke meldingen af. Het zijn niet alleen vliegtuigbommen waar we voor uitrukken, ook voor een handgranaat of de oude geweerpatronen van opa komen we langs.

Ontstaansgeschiedenis

‘Direct na de capitulatie in mei 1940 werd er door een speciale groep Nederlandse militairen begonnen met het ruimen van munitie. Deze eenheid heeft tot 1942 met toestemming van de Duitse bezetter munitie door heel Nederland geruimd. Na het Duitse bombardement op Rotterdam en de daaropvolgende capitulatie kreeg de stad de opdracht van de bezetter om blindgangers bloot te leggen. Een groep van dertien mannen, die onder de politie vielen, voerden dit uit. Om te voorkomen dat deze Nederlanders te veel kennis kregen over de Duitse bommen, maakten Duitse munitiespecialisten de blindgangers onschadelijk. Op andere locaties in Nederland werden vliegtuigbommen al dan niet vrijwillig door burgers blootgelegd en door Duitsers onschadelijk gemaakt. Eind augustus 1943 besliste de Nederlandse Minister van Oorlog in Londen dat er een officiële ploeg moest komen om vliegtuigbommen onschadelijk te maken. Een officier en drie onderofficieren werden 5 maanden opgeleid en gedetacheerd bij een Britse Bomb Disposal Company. Op 6 november 1944 werd de inmiddels tot 11 man uitgebreide ploeg onder bevel van de geallieerden gesteld. De ploeg groeide in 1945 uit tot maximaal 215 man en is onder andere als ‘1st Netherlands Bomb Disposal and Mine Clearing Company’ in het bevrijde gebied ingezet.’

Gedwongen ruimen

‘In het bevrijde gebied ten zuiden van de grote rivieren vielen gemiddeld 3 slachtoffers per dag onder de burgerbevolking door het in aanraking komen met munitie. Door de aanwezige landmijnen konden grote vruchtbare land- en tuinbouwgebieden niet worden gebruikt. Ook de kuststrook was zwaar ondermijnd. Voor het ruimen van deze landmijnen zijn ook 6.341 Duitse krijgsgevangenen ingezet. Deze krijgsgevangenen mochten officieel volgens de Geneefse Conventie niet worden gebruikt voor gevaarlijk werk, maar met een andere benaming: ‘Disarmed Enemy Forces’ of ‘Surrendered Enemy Personnel’ werden ze onder geallieerde bewaking toch ingezet. Later werden ze bewaakt door Nederlandse militairen. Zo ruimden de Duitse krijgsgevangenen onder geallieerde dwang naast de Nederlandse militairen en vrijwilligers, nog eens 1.377.898 landmijnen, waarbij 212 doden vielen. De laatste 19 Duitse krijgsgevangenen zijn op 2 oktober 1947 teruggestuurd naar Duitsland. Ook hebben vlak na de oorlog de opruimingsdiensten 430 Nederlandse politieke delinquenten zoals NSB’ers en Nederlandse SS’ers landmijnen laten ruimen, waarbij 19 doden vielen. Dit gebeurde op vrijwillige basis om zo de ontberingen in de interneringskampen te ontvluchten. Naast landmijnen is in de eerste 2,5 jaar na de oorlog door de Nederlandse Opruimings- en Bergingsdienst 100.000 ton munitie (waaronder meer dan 5.000 vliegtuigbommen) geruimd. Sinds de oorlog zijn in totaal 381 man van de verschillende opruimingsdiensten in Nederland om het leven gekomen, inclusief de 212 Duitse krijgsgevangenen.’

Opruimactie op zee. Foto: P.J.Petersen (Logistiek Centrum Woensdrecht, Defensie Materieel Organisatie).
Opruimactie op zee,  Foto: P.J.Petersen (Logistiek Centrum Woensdrecht, Defensie Materieel Organisatie).

Alleen de EOD mag het explosief laten ‘springen’

‘Op dit moment werken er 180 mensen bij de EOD. Het daadwerkelijk ruimen (demonteren en springen) van onontploft materiaal is een taak die alleen de EOD mag uitvoeren. De militairen van de EOD krijgen hier een speciale training voor die lichamelijk en geestelijk behoorlijk pittig is. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van robots om explosieven onschadelijk te maken, maar toch blijft het echte demonteerwerk mensenwerk. Sinds 1998 is in Nederland het opsporen van explosieven geen taak meer die exclusief door de EOD wordt uitgevoerd. De intensieve zoekacties naar explosieven leveren zoveel werk op dat ook gecertificeerde civiele bedrijven deze taak mogen uitvoeren. Bomverkenners van de politie zijn opgeleid om naar geïmproviseerde explosieven te zoeken.’

Naoorlogse Wubo-aanvragen

Tot op de dag van vandaag kunnen burgers in aanraking komen met ontploffende munitie of wapentuig uit de Tweede Wereldoorlog. Zodra het explosief in beweging komt of verhit wordt, kan het ontstekingsmechanisme afgaan. Verzoeken van getroffenen voor financiële ondersteuning door een Wubo-uitkering of bijdragen in kosten, worden individueel beoordeeld door het College van Raadskamers. Bij de beoordeling van een verwijtbare eigen onvoorzichtigheid hanteert de Raadskamer een leeftijdsgrens van 15 jaar. Uit de naoorlogse Wubo-aanvragen blijkt dat werkelijk iedereen dit zou kunnen overkomen. Je vindt iets vreemds metaalachtigs in het bos en besluit om het mee naar huis te nemen en schoon te maken om te kijken wat het is; je laat een kubieke meter rivierzand storten in de tuin en spelende kinderen stuiten op een granaat; je gooit een houtblok in de kachel dat ontploft door verscholen onontplofte munitie; je spit de tuin om en stuit op een landmijn; je ploegt je land om of hijst de vangst op zee aan boord. Hoewel het goed af kan lopen, zoals recentelijk bij de ruiming in Cadzand en de sluiting van een politiebureau na het binnenbrengen van een granaat, kunnen de gevolgen ook gruwelijk zijn: van angsten, brandwonden en andere verminkingen tot amputaties en overlijden toe. Voor deze getroffenen en hun nabestaanden kan de Wubo iets betekenen.

Interview: Ellen Lock, SVB/PUR-cliëntenblad Aanspraak, December 2010