4 mei-toespraak op de Dam 2019.

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam

Een briefje schrijven of bellen.
Je stem laten horen, of niet.
Je geliefde omhelzen,
de straat oversteken, of niet.
Hier naartoe komen vanavond, naar de Dam op 4 mei.
Of niet.

Toespraak op 4 mei door burgemeester Femke Halsema. Foto: Ilvy Njiokiktjien
Toespraak op 4 mei door burgemeester Femke Halsema. Foto: Ilvy Njiokiktjien

Elke keer, honderden keren op een dag, kiezen wij.
Zonder na te denken, zonder dwang.
Natuurlijk zijn er grenzen. Door regels, door afspraken.
Er zijn grenzen van wellevendheid. Maar het zijn
onze grenzen... die wij – vrij en wel – kiezen.

Vanaf 14 mei 1940 – de dag van de capitulatie –
was Nederland bezet, onvrij.
Sommigen zagen groot onheil aankomen.
Zij vluchtten meteen of pleegden zelfmoord.
Maar veel mensen hadden nog geen vermoeden.
ls de Duitse troepen Amsterdam binnenrijden over
de Berlagebrug, staan er sympathisanten en NSB’ers
maar ook gewone Amsterdammers langs de kant van
de weg. Nieuwsgierig, bezorgd, wie zal het zeggen.

Wat doet het met een mens, alle vrijheid te verliezen?
Bezet te worden? Als de ruimte om je heen krimpt.
Als de straten worden ingesnoerd door versperringen
en bordjes ‘Voor Joden verboden’. Als de censuur
nog maar één mening, één gedachte toestaat.
Als je niet meer zomaar een brief kan schrijven, je
geliefde kan omhelzen? Beroofd te worden van je
stem, vernederd te worden, opgejaagd je te moeten
verstoppen en – als je joods bent – verdreven te worden
uit je stad en je huis, van je familie en je vrienden.
Iedereen te verliezen.

De Dam in Amsterdam op 4 mei 2019. Foto: Ben Houdijk
De Dam in Amsterdam op 4 mei 2019. Foto: Ben Houdijk

In 1940 is de Joodse Wiesje van Santen 17 jaar.
Via de onderduik komt zij in het verzet terecht.
Nauwelijks 19 jaar oud wordt zij door de Gestapo
gevangen gezet en gemarteld. Ze ontsnapt en overleeft
uiteindelijk de oorlog. Later keert ‘het honderdvoudige
zwart van de bezetting’ vaak terug in haar gedichten.
Net als de vrijheid waarvoor zij haar leven riskeerde.
Over de bevrijding schrijft ze:

... en dan opeens

Zonder een voorspellend teken
Stap ik uit die nauwe gang;
De koker eigenlijk
Die mij gevangen houdt:
Lang en ondoorzichtig
En heel benauwd
Hij opent zich in losse delen
Panelen
Die achterover wijken
[...]
... en dan opeens
Verbaasd
Dat niets meer mij omsluit
Stap ik naar buiten ...

We leven nu 74 jaar na de bevrijding. Er zijn nog
mensen die het verschil tussen bezetting en vrijheid
zelf hebben ervaren. Elk jaar worden het er minder.

Wij ademen vrije lucht, wij wandelen ongestoord
door de stad, wij geven onze meningen, wij kiezen
in vrijheid. We doen dat dagelijks, haast achteloos.

Maar aan onze vrijheid gingen pijn en groot
verdriet vooraf.
Onze vrijheid is door pijn omzoomd.

Daarom geven we de herinnering aan onvrijheid
door, alsof de oorlog gisteren was. Ook als niemand
meer weet wat het is om in een bezet land te leven.
Daarom herdenken we ... dit jaar, volgend jaar en
alle jaren daarna.

Het Koningspaar legt de eerste krans namens de gehele Nederlandse bevolking. Foto: Marco De Swart
Het Koningspaar legt de eerste krans namens de gehele Nederlandse bevolking. Foto: Marco De Swart

Tekst: Femke Halsema, Aanspraak Juni-editie 2019.